Sir Jesse Adt-een-borrel

Sir Jesse Adt-een-borrel

David Attenborough’s A life on our planet laat zien dat de mensheid een weg is ingeslagen, waarbij we langzaamaan de planeet onleefbaar maken voor onszelf. Maar er is hoop. Wanneer de juiste keuzes worden genomen, kan er meer in symbiose met de natuur geleefd worden en blijft de planeet leefbaar voor toekomstige generaties. Het klinkt simpel, maar beleid is politiek en politiek staat tegenwoordig voor inefficiënte compromissen gedreven door economische belangen. Oftewel, het tij is nauwelijks gekeerd in ons land en het klimaatakkoord wordt bij lange na niet gehaald. Hoe kunnen wij komende verkiezingen verandering brengen?

Stem je groen, dan stem je links. Maar of de heer Klaver degene is, waar ik mijn toekomst aan wil toevertrouwen, is nog maar de vraag. Zijn plannen klinken bijna sprookjesachtig mooi, maar is de uitwerking dat ook?

Plannen van Jesse zijn vaak totaalplannen. Als één van zijn voorstellen niet opgaat, valt het gehele programma in duigen. In een land wat bekend staat om zijn poldermodel, misschien niet de beste keuze.

Gratis zorg, gratis kinderopvang, het verwijderen van de bio-industrie en het hoger belasten van gefortuneerde personen en bedrijven. Mensen met een vermogen van twee miljoen gaan maar liefst veertigduizend euro per jaar afdragen. Dit economische klimaat prikkelt rijken en bedrijven om te vertrekken, zoals Unilever dit jaar al besloot. Met het verdampen van ons huidige kapitaal is een klimaatbeleid niet eens mogelijk.

Misschien moet de heer Klaver zijn zelf voorgestelde tienduizend euro studiebeurs ontvangen om een degelijke universitaire studie af te ronden. Zo zal hij erachter komen dat de meeste studenten de spaarrekening van hun ouders en de gift zullen gebruiken voor feesten en snoepreisjes. En Sir David Attenborough heet daar gewoon meneer Adt-een-borrel. Proost, op Jesse Adt-een-borrel!

Te laat

Te laat

Volwassen mensen met van die doorzichtige slotjes, dikke vrouwen met selderijstengels in hun muil bij de Rocycle, een rij hagelwitte facings als facade voor rotte porseleintjes.

“Wat goed van je,” zeggen we dan, terwijl we eigenlijk denken: “Lekker laat, smeerlap, was je te lui om te sporten, je tanden te poetsen en te fietsen naar de orthodontist?”

Het zijn diezelfde mensen die op hun vijftigste nog roepen dat ze “happy single” zijn.

Of mensen zoals Miljuschka Witzenhausen die haar vetrollen “happy rolls” noemt.

Het lijkt wel of we tegenwoordig onze slonzigheid willen bedekken met het woord “happy”.

Ik denk nou nooit als ik met een meisje in bed lig:

“Goh, waar zijn je rollen?”

of

“Goh, echt fijn dat je je molen weer eens niet geschrobd hebt.”

Vandaar een klein adviesje aan de “happy” beweging. Beweeg, eet gezond en verzorg jezelf. Ik denk namelijk niet dat menig vrouw blij is, wanneer ik glimlachend naar mijn stinklul refereer als: “Ja, maar dat is gewoon mijn “happy sausage”!”

Zorgplicht

Zorgplicht

“…being in a position of privilage, you have a duty, to lift others up,” benadrukt de vader van de Indiase Asma Khan, chef-kok van het Londense restaurant Darjeeling Express.

De intellectuele en bevoorrechte bovenklasse voelde deze verantwoordelijkheid afgelopen week beslist niet. Ze waren eindelijk in staat om mensen met een lager intellect, weliswaar met een jaloersmakend groot bereik op de socials, volledig af te branden. Het was voorspelbaar, als het resultaat van een wedstrijd Ajax VV Uffelte.

#ikdoenietmeermee was de aanleiding. BN’ers, waarvan het deductief vermogen zwaar onderontwikkeld is, gingen met deze leuze de strijd aan tegen de overheid. Verontwaardiging volop bij politici.

Premier Rutte hamerde nogmaals op de eigen verantwoordelijkheid en ontbood voetbalsupporters van Feyenoord om voortaan gewoon hun bek te houden.

Gevolg. Het draagvlak daalt en de besmettingen lopen verder op.

De enige die inzag dat zijn bevoorrechte positie samen ging met een zorgplicht was Diederik Gommers. Hij was respectvol, luisterde, stond open voor de discussie en nam vooral zijn verantwoordelijkheid afgelopen week bij Jinek. Rutte, neem een voorbeeld aan Diederik, de verantwoordelijkheid ligt bij jou om het draagvlak te herstellen.

“Everything is about sex, except sex. Sex is about power.”

“Everything is about sex, except sex. Sex is about power.”

“Seks gaat over macht.”

Het citaat van Oscar Wilde deed me afvragen of seks dan ook onmacht behelst. Onmacht ten aanzien van ons verlangen. Onmacht van de personen waarnaar verlangd wordt.

“Ik verzin niks, ik geef vorm.”

Schrijver L.H. Wiener, tevens mijn vroegere docent Engels, sprak deze woorden in een radio-interview voor de VPRO. Een bekentenis van zijn onvermogen tot het schrijven van niet-autobiografisch werk.

Nieuwsgierig naar de man die mij kennis liet maken met Shakespeare en A.A. Milne bestelde ik de bejubelde roman De verering van Quirina T. (2006). Twee dagen later lag het boek op mijn deurmat. Ik begon driftig te lezen.

Herkenning volop. Lokaal 32: de Engelse vlag, foto’s van schrijvers, zijn manier van lesgeven. Het was niet eens een geromantiseerde versie van mijn herinnering. Het was hem, maar meer dan dat. Zijn privéleven, zijn verlangens, het mysterie dat om docenten hing, openbaarde zich. Waar lag de scheidslijn tussen feit en fictie?

“Ik verzin niks, ik geef vorm.”

Zes woorden. Ze veranderden mijn herinnering, mijn beeltenis van mijn docent Engels.

Het boek beschrijft zijn zware alcoholgebruik, de agressie jegens een hoogbejaarde vrouw en het verlangen naar een zeventienjarige studente in zijn klas.

“Ik verzin niks, ik geef vorm.”

Opnieuw die woorden. Het plaatste het geheel in een ander licht. Het licht van macht en onmacht, waar Oscar Wilde over sprak. De onmacht van een minderjarig meisje dat sterk oogt. De onmacht en zijn verlangen, naar whisky, geweld en een liefde die eigenlijk niet mag bestaan.

De nieuwe herinnering liet me enkel achter met vragen. Kan een schrijver nog schuilen achter fictie, wanneer hij bekent geen fictie te kunnen schrijven? Hebben clandestiene verlangens recht op bewondering? En heeft alleen de daad recht op afschuw?

Vriendinnen van de vriendin van

Vriendinnen van de vriendin van

Vrijdagavond. Een goede vriend is net gaan samenwonen met zijn vriendin en geeft een klein etentje/borreltje. Walking dinner staat in de uitnodiging. Ik ben al wat laat, dus haal snel nog even een fles bij de slijterij. Toch maar die magnum, is wel zo feestelijk. Vijfendertig euro lichter, maar ach, wat zal het. Het is immers met eten en drinken. Een echte Hollander streept de kosten van het cadeau weg tegen hetgeen hem geserveerd wordt.

Bij binnenkomst lijkt de sfeer er al goed in te zitten. De muziek staat zo zacht dat deze alleen gehoord wordt wanneer iedereen muisstil op zijn of haar plek blijft zitten, de gevulde eieren liggen verkleurd en ongeroerd naast de smeerkaas met broodkruimels en de rek lijkt volledig uit het gesprek als een vermoeid stuk metaal. Ijzige stilte. Of deze ongemakkelijkheid door mijn aanwezigheid ontsproten is, weet ik niet. Wat ik wel weet is dat ik liever mijn fles weer mee naar huis neem, gezien de etenswaren op tafel.

‘Er zit nog een lekkere pizza in de oven,’ zegt zijn vriendin.

Naast de prullenbak, bij het karton, liggen zes dozen van de Duitse dokter.

‘Heerlijk,’ antwoord ik en overhandig haar de fles.

De enig overgebleven plek aan tafel is naast een ietwat gezette vrouw in broekpak. Michelle. Ze drinkt zoete witte wijn en wipt met haar wijsvinger een lik smeerkaas uit het bakje.

‘Hoe ken je Liselot,’ vraag ik, terwijl Michelle de restjes smeerkaas met haar tanden onder haar nagels vandaan vijlt.

‘Van stappen.’

‘Wat doe je?’

‘Momenteel even niks, de rona, weet je.’

‘Woon je ook in Amsterdam?’

‘Castricum, bij mijn ouders. Met mijn vriend.’

‘Wel op zoek naar iets anders?’

‘Nee, joh, ik vind het heerlijk. Gezellig toch?’

‘Ja.’

‘Ik heb een cavia.’

‘Oh.’

‘Houd je ook van cavia’s?’

Ze zat opnieuw met haar vingers in de smeerkaas.

‘Nou?’

‘Niet echt mijn ding, nee.’

‘Meer een konijnenman?’

‘Ook niet echt.’

‘Die zijn toch lief?’

De bel. Nog een dame.

‘Haaai, ik ben Monique.’

Deze was nog potiger en droeg een uitgerekt T-shirt, dat klemde onder haar bilrand. Galant maakte ik plaatst voor het achterwerk, wat zo te zien veel te verduren had gehad, te zien aan de hoeveelheid deuken.

‘Ga zitten.’

‘Dat hoeft echt niet.’

‘Ik moet toch naar de plee, ga lekker zitten.’

Bij terugkomst pakte ik een kratje, ging naast Joost, Willem en Pieter zitten en nam een hap van die overheerlijke BBQ-chicken slice van de dokter.

Bloedzuiger Ferry

Bloedzuiger Ferry

Uiterlijke kenmerken van een pornoster uit de jaren 80: dunne ringbaard, dik lijf en een grijs gegeld kapsel. Onaangename mondgeur vanwege de grote hoeveelheid koffie en stilzwijgen. Bewapend met enkel een joekel van een telelens ligt Ferry de Kok beschut in de bosjes te wachten. Op een misstap. Een brakke kop, een string die net boven de broekrand kruipt of een liefdespaar waarvan de formatie nog onbekend. Wanneer de deuren van het stadhuis in Bloemendaal opengaan houdt hij zijn wijsvinger op het extra gevoelige knopje van zijn Canon Mark IV.

Handen worden geschut. Klik. Schouderklopje. Klik. Een omhelzing van de minister zelf. Klik. Klik. Klik. Klik.

Zelfvoldaan kruipt Ferry terug naar zijn auto. Zijn vriend Santegoeds gaat dit mooi vinden, maar zal wel flink moeten betalen en meerdere keren.

Hij belt Santegoeds en maakt zijn gebruikelijke grap: ‘Evert, wat is het verschil tussen een stalker en een paparazzo?’

‘Dat ik je moet betalen, Ferry.’

‘Ook waar, maar niet helemaal Evert. Stalkers zijn werkloze paparazzi.’

Ferry lacht hard om zijn eigen grap, kijkt naar het schermpje van zijn camera, likt het kale hoofd van Ferd en bedankt hem voor de nieuwe carport in zijn doorzonwoning in Nieuw-Vennep.

Survival of the most efficient

Survival of the most efficient

Van financiële steun tot vroegtijdig verbod. Van bureaucratisch, lui, niet adequaat handelen kunnen de ambtenaren niet worden verweten. Het drie jaar eerder definitief sluiten van nertsenhouderijen is een kleine overwinning in de duisternis van de intensieve veeteelt. Toch blijken er nog genoeg onooglijke mistanden.

Volgens de Groene Amsterdammer vieren ruim vijf miljard haantjes nooit hun eerste levensjaar. “Taai en legt geen ei” is het verdict. Enkel om een paar cent.

Het blijkt maar weer dat efficiëntie toepassen op levende wezens, of dat nu mensen of dieren zijn, niet zelden leidt tot het gebruik van koolstofmonoxide of Zyklon B.

Het probleem van de intensieve veeteelt is dat niemand zich verantwoordelijk voelt. De boer voelt zich uitgemolken door de concurrerende supermarkten, de supermarkten door de “gierige” consument en de consument voelt zich voorgelogen en doet een beroep op de overheid.

Toch lijken de veeleisende supermarktketens de hoofdzakelijke oorzaak. Zij dwingen een prijs af bij de boer en bepalen wat er in de schappen komt. Een kartel rondom milieu en dierenwelzijn tussen de ketens in combinatie met importrestricties vanuit de overheid zou in één keer een einde kunnen maken aan veel van dit soort mistanden. Albert Heijn, Jumbo, Aldi, Lidl, Spar, steek jullie koppen niet in het zand, breng verandering.

De quarantainepraatstoel

De quarantainepraatstoel

Het is maandagochtend, tien uur. Tijd voor de dagstart van ons project team. De baas is terug van vakantie en dient bijgepraat te worden. De eerste vijfentwintig minuten gaan naar mijn collega. Hij luistert graag naar zichzelf. Hij zegt nog net niet “Kijk eens meneer, wat ik allemaal gedaan heb”. De laatste vijf minuten zijn voor mij, wat ik op zichzelf niet erg vind, maar wanneer de vraag gesteld wordt of er nog op- of aanmerkingen zijn, lijkt mijn collega nog niet aan zijn behoefte te hebben voldaan. Langdradige zinnen, herhaling en opnieuw een schreeuw om aandacht.

Een half uur later is zijn monoloog nog steeds niet ten einde en besluit ik koffie te gaan halen. Op de van Baerlestraat loop ik Reinout tegen het lijf. Ik zet mijn koptelefoon af en zeg tegen hem dat ik eigenlijk in een vergadering zit, maar dat mijn collega op zijn praatstoel zit.

‘Gebrek aan aandacht,’ zeg ik hem.

‘Die lui zijn eenzaam,’ bevestigt hij.

‘Niet normaal zielige figuren.’

‘Ja, ik trok die slappe lullen ook niet meer, samen lunchen?’

Opeens hoor ik door mijn koptelefoon: ‘Is Floris aan de telefoon met iemand?’

‘Zei je wat Floris?’

‘Nee, nee, niks, ga verder alsjeblieft,’ en druk snel op mute.

Welke emoticon ben jij?

Welke emoticon ben jij?

Bumble, Hinge, Happn. Mensen gereduceerd tot enkele foto’s. Manon, Monique, Marloes. Een zorgverlener, content manager en een leerkracht. Foto’s met open mond, als mechanische facelift, foto’s met getuite lippen en foto’s in groepsverband, waar zowel de vriendengroep als het raden wie de betreffende dame is tegenvalt. Het duurt soms uren voor een normale foto langskomt. En dan? Een veeg naar rechts en wachten. Spannend.

Dit is liefde als product en, wanneer er geen vaccin komt, realiteit voor een lange periode.

Pling! Een match. Ze vraagt welke emoticon ik ben. Zonder te antwoorden stop ik de telefoon in mijn zak.

Nog geen tien minuten later trilt de telefoon opnieuw. Wederom een match, wederom een vraag.

“Bij welk huis op Zweinstein zou jij zitten, Griffoendor, Ravenklauw, Huffelpuf of Zwadderich?”

Ik stuur een huilende emoticon en besluit de eerste match te beantwoorden met “Huffelpuf”, houd de app ingedrukt en plaats mijn vinger op het kruisje.

Gezin houdt het voor gezien

Gezin houdt het voor gezien

“De glimlach van een kind doet je beseffen dat je leeft,” zong Willy Alberti in 1968.

Een prachtig nummer, maar wanneer ik door een kinderrijke familiewijk loop, overkomt mij geen besef van leven. Een vader, de hele zaterdag bij een klimrek, moeders die spreken over de lamsleren grip van een trendy kinderwagen of bakfiets. Nooit eerder hoorde ik de gepassioneerde eind twintigers, begin dertigers over deze onderwerpen. “Ik zou graag nog…” is abrupt veranderd in poepluier. Alles wordt gestaakt voor “De glimlach van een kind dat nog een leven voor zich heeft.”

Wanneer ik naar de beweegreden van hun acties vraag, krijg ik het inspirerende antwoord: “Anderen doen het ook” of “Het is wel zo praktisch”. In hun studententijd hebben zij geleerd dat praktisch een gebrek aan romantiek bezit en besteed is aan de onwetende, thuiswonende student.

Het kind, dat nog een leven voor zich heeft, is de sluipmoordenaar van onze dromen. Risico’s worden vermeden en voor je er erg in hebt, zit je alweer tien jaar op die veilige positie, waar je voor de geboorte van dat mormel al twijfels over had.

Zoals Youp van ’t Hek als ware troubadour van de anti-burgerlijkheidsbeweging langs de mooiste theaters trekt om Nederlanders op het hart te drukken dat zij vooral moet blijven dromen, wil ik nog eenmaal een volkszanger citeren, die zijn oorsprong in de Jordaan vindt: “Leef!”

Witte en zwarte sokken, gescheiden wassen graag!

Witte en zwarte sokken, gescheiden wassen graag!

Verontwaardigd over de pro-segregatie tweet van Donald Trump loop ik richting de supermarkt, wanneer mij de huid wordt vol gescholden door een snel rijdende fietser. De accu onder de bagagedrager verklaart waarom ik de afstand verkeerd heb ingeschat. Zijn hagelwitte enkelsokken gestoken in badslippers met klittenband, korte spijkerbroek en het te kleine T-shirt voor zijn omvangrijke torso verklaart de rest. En tegelijkertijd ook weer niet. Waarom rijdt zo’n jong iemand in vredesnaam op een elektrische fiets? En waarom meteen zo kwaad?

Misschien wil burgermeester Aboutaleb mij helpen door hem de mond te snoeren met een gratis uitdeelbaar mondkapje. Dit soort gedrag, liever niet in mijn wijk.

Maar ik besef me ook dat zonder achtergrond mijn veroordeling mogelijk wat voorbarig is. Stel, hij is onder handen genomen door de grote drie: Beltman, Wevers en Wiersma. Dan zou het goed mogelijk zijn dat hij door een blessure elektrisch rijdt en zich opwindt vanwege een trauma voor mensen die te dichtbij hem komen.

Om net als Aboutaleb aan de veilige kant te willen zitten retweet ik naar Trump: “Wanneer je veel gekleurde sokken lang met elkaar in dezelfde wastrommel laat draaien zijn deze niet meer te onderscheiden van kleur of prijs. Bijkomend voordeel: je kan ze direct overladen in de sokkenlade van je kledingkast. Sterkte met de Suburban Lifestyle Dream!”

Haal ze van hun sokkel

Haal ze van hun sokkel

Jamie, Jay, Dave en Yara. Het is donderdagavond en de overheid wil er alles aan doen om jongeren te bereiken die zich al lang niets meer aantrekken van de coronamaatregelen. Nadat Ferdinand Grapperhaus een vergeefse poging waagde op Instagram met “Slimmer chillen = Corona killen”, overweegt het RIVM het inzetten van influencers, maar is dit wel zo verstandig?

Zo vindt Dave Roelvink de maatregelen maar tegenstrijdig: “Als je nu in een land leeft waar je eigenlijk wel een prostituee mag bezoeken, misschien wel als laatste van de dag, als er al dertig overheen zijn geweest, maar je mag je eigen moeder geen knuffel geven. Dat zijn bepaalde regels, waarvan je denkt hoe serieus is dat?” Conclusie: ik ben tegen de verspreiding, maar de maatregelen zijn onzinnig.

Even later komt Tisjeboy Jay, die naar eigen zeggen goed is met cijfers, want hij heeft heel lang boekhoudingen gedaan. Hij vergelijkt de cijfers van corona met de griep en concludeert dat het niet zo erg is. Echter bewijst de wetenschap al geruime tijd anders. Wanneer hij daarmee geconfronteerd wordt, meent hij andere informatiebronnen te hebben.

Oude kopstukken uit de Nederlandse geschiedenis worden beklad, aangezien zij niet meer overeenkomen met de tegenwoordige normen in onze maatschappij en derhalve een slecht voorbeeld voor de jeugd zouden zijn, terwijl Jamie, Jay, Dave en Yara, tezamen goed voor een bereik van meer dan een miljoen jongeren en het intellect van een kind met zuurstofgebrek, hun volgers een wereld schetsen zonder vertrouwen in de wetenschap en waar uiterlijk en likes prioriteit nummer één zijn. Misschien verstandiger om hen eerst van hun sokkel te trekken.

#Jehebtmeerlolmeteenshoarmarol

#Jehebtmeerlolmeteenshoarmarol

Wie diende zich deze week aan als redder van een grote groep gekwetste burgers? Was het misschien onze pitbull Pieter Omtzigt? Helaas. Ik moet u teleurstellen, hij was het niet. Hij moest nog even bijkomen, nadat hij als gepromoveerd econometrist het aflegde tegen een Hbo’er met clownsschoenen. Maar over het alternatief hoeven we dan ook weer niet te treuren. Dat was niemand minder dan moeder des vaderlands: Linda de Mol. Voor haar eigen blad Linda. besloot ze een nummer te maken over body positivity, de beweging die strijdt voor de acceptatie van ieder lichaam. In zwarte bikini prijkt ze dan ook zelf met haar zesenvijftig jaren jong op de nieuwe cover.

“De reacties zijn overweldigend en overwegend positief. Vrouwen die zeggen: wow, Linda, dit zou ik helemaal niet durven. Het maakt echt iets los”, zegt Karin Swerink, hoofdredactrice van het blad, tegen de NOS.

Toch was niet iedereen blij met haar actie. Zo reageert influencer en activist Lotte van Eijk in gesprek met RTV Rijnmond enigszins ontdaan met de woorden: “Linda de Mol eigent zich onze body positive-beweging toe, terwijl ze in haar magazine altijd een eenzijdig schoonheidsideaal laat zien.”

Misschien had Linda beter Pieter Omtzigt kunnen bellen om haar bikini aan te trekken. Aan geloofwaardigheid schiet hem immers niet te kort. Hij zal zich vastbijten tot hij de onderste steen boven krijgt, want de overheid is er voor de burger. Tegelijkertijd houd ik mijn hart vast, wanneer onze dossiervreter toekomt aan de gezondheidsenquête en leefstijlmonitor van het CBS en het RIVM.

Mijn lieve stad…

Mijn lieve stad…

Het miezerde in de avondschemer. Het Museumplein lag er verlaten bij, omringd door haar historierijke musea, overbodige ambassadeurswoningen en het concertgebouw met haar verlicht gouden harp. Het eigenaardig paarse stadsmeubilair van Henrik Pøhlsgaard, wat qua kleur anders was uitgevallen dan het oorspronkelijke ontwerp, ademde Amsterdam in de jaren 90. De bijpassende lantaarns die aan de rand geplaatst waren met het idee dat bewoners te midden van het plein de sterrenhemel konden aanschouwen schoten aan. Ik passeerde de Iamsterdam-letters, die in mijn ogen slecht gejat waren van de recent overleden Milton Glaser (ontwerper van I♥NY). Ze leken hun aantrekkingskracht voor toeristen verloren te hebben. Stiekem hoopte ik dat dit zo zou blijven. Onder de kruisribgewelven van het Rijksmuseum klonk de viool van een straatmuzikant. Ik zag de glazen Nachtwachtsleuf boven mijn hoofd, waardoor het museum schilderijen naar binnen en buiten kon takelen.

Even later volgde ik de Weteringschans in westelijke richting. De bomen hielden me droog, terwijl de regendruppels hoorbaar van blad naar blad sprongen in de schaduw van de 19e-eeuwse villa’s.

Waar de versierde afrastering van de villa’s ophield, stond een industrieel gaashekwerk voor het meest gewilde stukje braakliggend terrein van de stad. Ik krulde mijn handen in het raamwerk van draadgaas en staarde naar het houten huisje op de rots. Het Scandinavisch-achtige pastelblauwe huisje was geplaatst door kunstenaar Van Munster als protest tegen het gemeentebeleid voor kunst in de openbare ruimte. Ik zag zelf eerder het verlangen naar een eigen plek in de stad.

Dat wij deze als Amsterdammers aan het verliezen waren leek haast verleden tijd. Massaal liepen bewoners langs plekken waar ze in jaren niet waren geweest om deze vast te leggen, zonder hordes mensen, zonder de zoete geur van een attractiepark.

Op diezelfde wijze genoot ik van mijn wandeling door de stille stad, op weg naar mijn eigen plek in het voormalig verenigingsgebouw van kerkgemeenschap De Vrije Gemeente. Achteraan was een klapstoeltje voor mij neergezet. De ijzige stilte van vier maanden werd doorbroken door Opera Alaska, de nieuwe formatie van Marien Dorleijn. Misschien wel Nederlands meest talentvolle en bescheiden artiest.

Sluit uw ogen en bedenk welke plek u wilt beschermen. Zoals Van Munster en deze pandemie ons de mogelijkheden tonen, staan wij Amsterdammers voor de keuze of wij onze stad weer langzaam laten overspoelen of dat wij haar behouden als onze eigen plek. Denk aan de woorden van voormalig burgermeester Van der Laan: “Zorg goed voor onze stad en voor elkaar.”

De trias politica van Arie Boomsma

De trias politica van Arie Boomsma

Het ethische debat rondom de vrijheid van meningsuiting wordt steeds vaker bepaald door grote bedrijven en vermaarde personen uit de culturele sector. Hierin lijkt de rol van rechters en politici steeds meer op de achtergrond te raken. Voorstanders van de zogenaamd “inclusieve” maatschappij beschouwen zichzelf als verbindend en als uiterst geschikt om te kunnen oordelen over goed en kwaad. Ben je het niet met ze eens, dan zit je in kamp ‘kwaad’ en ben je automatisch veroordeeld tot een levenslange boycot. Zo werden verdachten van seksueel misbruik in Amerika al voor hun proces veroordeeld en trokken adverteerders zich massaal terug van Veronica Inside en Facebook. Zijn zij de verlossers die onze “ongecultiveerde” wereld zullen zuiveren?

Arnon Grunberg benadrukte afgelopen week het risico van de onderverdeling tussen goed en kwaad met de woorden: “Een wereld zonder kwaad is niet alleen ondenkbaar, pogingen het kwaad volledig uit te roeien, de wereld ervan te zuiveren hebben tot de grootste misdaden geleid.”

Ook gepromoveerd socioloog Jaron Harambam van de Katholieke Universiteit Leuven onderkent het gevaar. Hij constateert dat mensen juist radicaliseren, wanneer zij voelen geen plek te hebben in de maatschappij, weggezet door de massa. “Stel grenzen aan mainstreamdenkers die zich antipluriform gedragen,” zei hij in de Volkskrant.

Dit laatste deed me denken aan het humane tv-optreden van voetballer Hedwiges Maduro bij Op1. Na het racisme-debacle rondom voetbalcommentator Johan Derksen roept hij niet op tot uitsluiting, maar tot wederzijds begrip. Het is van groot belang om de oorsprong van elkaars woede en uitspraken te begrijpen. In gesprek gaan met andersdenkenden is dé manier om tot elkaar te komen.

Dus bedenk u voortaan, wanneer u door Arie Boomsma wordt opgeroepen tot een grootschalige boycot.

Adellijk naïef

Adellijk naïef

Het is fijn dat in tijden van vooruitgang, waarin ontwikkelingen een behoorlijk tempo aanhouden, er mensen zijn als Willem Engel. Inspelend op het sentiment van minderbedeelde achterblijvers vindt de dansleraar een schare medestanders om tegen de coronamaatregelen te demonstreren op het Malieveld. Wanneer de omvang van zijn achterban groeit, begint bij hem het idee van een alternatief RIVM. Met Jaap van Dissel in de spotlights lijkt hij zich plotseling te gedragen als de kleuter die alleen met het speelgoed wil spelen dat in de handen van een ander kind ligt.

Maar hij is niet de enige. Ook journalist Sander Schimmelpenninck mengt zich op ieder mogelijk moment in het publieke debat rondom de coronamaatregelen. Hij vindt het onbegrijpelijk dat de jeugd niet voor zichzelf opkomt. Zweden handelt volgens de hoofdredacteur van Quote vele malen beter. Zelfs na tegenvallende cijfers, zowel economisch als medisch, blijft hij bij zijn mening, gevoed door emotie en psychologie van de koude grond. Iets waar hij aardsrivaal Baudet nu juist regelmatig van verwijt.

Cultuurhistoricus Anneleen Arnout van de Radboud Universiteit heeft mogelijk een verklaring voor de populariteit van de twee stemmingsmakers. Uit recent onderzoek naar de ervaring rondom de maatregelen blijkt er een groot verschil tussen hoog- en laagopgeleiden. Hoogopgeleiden lijken vooral te genieten van de vrijheid, terwijl laagopgeleiden zich met name blijken te begeven in een staat van angst, de perfecte voedingsbodem voor populistische bewegingen.

Logischerwijs denderen er momenteel twee treinen door ons land in tegenovergestelde richting, waar een debat op basis van wetenschappelijke feiten een onmogelijke opgave lijkt. In mijn ogen een betreurenswaardige constatering in een land waar de sociaaldemocratie hoog in het vaandel zou moeten staan.

Bank

Bank

Na bijna een jaar te hebben geleefd zonder bank, besloot ik deze week dat het hoog tijd werd om mijn woonkamer te voorzien van wat zitcomfort. Ik stapte in de auto richting Flinders in Zaandam om te gaan proefzitten. Ik weet het, een vreselijk woord, maar ik moest toch echt weten of de bank in kwestie lekker zat. Na mijn handen te hebben gedesinfecteerd, liep ik met een roze mandje door de oude loods met meubels en probeerde iedere bank, bladerde door de eindeloze stoffenwaaiers en besloot na ongeveer een uur welke het zou worden.

‘Hoi, ik ben Mandy, kan ik je ergens mee helpen?’

‘Ja, ik zou graag die bank willen…met de Murcia Elephant stof, graag.’

‘Wie verzint in vredesnaam zo’n naam,’ dacht ik nog.

‘Wil je zwarte of chromen pootjes?’

‘Doe maar zwart.’

‘Dan kom je hierop uit.’

Ze draaide het kassascherm naar me toe. Vierhonderd euro boven mijn maximale budget. Wellicht was Mandy bereid daar wat van af te halen. Ik pufte en vroeg of het niet mogelijk was voor iets minder en voegde daar aan toe dat ik reeds zes eetkamerstoelen, een tafel en twee lampen had gekocht.

‘Ik maak er wel een mooi prijsje van,’ zei ze,’ ik moet even rekenen voor je.’

Ze pakte een immense rekenmachine, drukte op een paar knoppen en toonde het resultaat door het scherm van het apparaat naar mij te draaien.

‘Mooi, toch?’

‘Er gaat maar vier procent af,’ zei ik enigszins teleurgesteld.

‘Ho, ho, vier punt twee.’

Ik begon Mandy niet meer zo leuk te vinden. Met haar “punt twee”.

‘Ik kan er honderd euro af doen als je de bank zelf op komt halen.’

De bezorging deden ze gratis, of deze was in elk geval in de prijs mee berekend. Als ik de vierzitter zelf moest ophalen, moest ik voor bijna tweehonderd euro een busje en een verhuislift huren.

‘Na ja, ik vind het een mooi aanbod,’ zei ze.

‘Tien procent, met bezorging,’ vroeg ik hoopvol.

‘Nee, dat gaat me echt niet lukken.’

Ze lachte hardop, alsof het een belachelijk tegenbod was, een tikkeltje hooghartig.

‘Oké dan! Dàà-hààg, “punt twee”.’

Vervolgens ben ik naar een andere winkel gereden om de bank zonder korting aan te schaffen.

Ik beloofde mezelf nooit meer iets bij Mandy te kopen. Punt uit.

Hete sop

Hete sop

Een goede vriend van me belt op. Hij wil na lange tijd weer eens afspreken en nodigt zichzelf bij mij uit, aangezien hij van mening is dat ik de betere kok ben van ons twee. Ik moet toegeven dat ik die ene keer, zo’n vijf jaar geleden, niet echt onder de indruk was van zijn uitvergrote kipnugget, in zijn woorden krokante kipschnitzel. Toch is zijn houding in mijn ogen niet gelegen aan de discrepantie tussen onze kookkunsten, maar eerder aan zijn vrekkige karakter. Gewoon vies, goedkoop eten voorschotelen, zodat hij de verantwoordelijkheid op iemand anders af kan schuiven onder het mom van “ik kan niet koken”. Zeg dan gelijk dat je gierig en lui bent.

Tot overmaat van ramp stelt hij mij de vraag: ‘Vind je het erg als An ook mee eet?’ De “vind je het erg” zegt al voldoende; ja zeggen is geen optie. Ik stel voor dat hij zijn zus en neef ook maar gelijk mee moet nemen. Hij lacht gereserveerd.

Om stipt zes uur gaat de bel. Hij heeft aan de telefoon al aangeven niet te lang te kunnen blijven. “Er ligt nog werk te wachten,” waren zijn letterlijke woorden.

‘Nog steeds geen bank,’ vraagt hij minachtend.

‘Ik begrijp niet hoe mensen zonder bank kunnen leven,’ vult zijn vriendin aan.

‘Wat schaft de pot…wijntje, lekker. Ik ben uitgeput, gister is het weer half 1 geworden.’

‘Gezopen,’ vraag ik als gemaakt, slechte grap.

‘Nee, ik zat vast op the office.’

‘Lekker belangrijk,’ mompel ik onverstaanbaar.

‘Je moet echt minder hard werken, schat,’ brengt zijn vriendin uit, terwijl ze het overduidelijk gaaf vindt om te kunnen zeggen.

‘Oh, is dat koriander?’

‘Ja.’

‘Kan je dat er niet in doen?’

‘Ik weet niet hoe mensen dat lekker kunnen vinden. Ik vind dat zo naar zeepsop smaken,’ vult zijn vriendin opnieuw aan.

‘Ben je nog steeds bezig met dat suffe geschrijf van je?’

‘Ja.’

‘Oh, is dat trouwens sambal? Maak je het niet te heet? An en ik kunnen niet zo goed tegen heet eten. Dat wist je toch wel?’

‘Ik begrijp niet wat de toegevoegde waarde is van scherp eten,’ vult An voor de derde keer aan.

‘Ik begrijp er ook helemaal niets van,’ praat ik haar na.

‘Wat?’

‘Niets.’

‘Oh, trouwens, voor mij ook geen paprika.’

‘Willen jullie anders koken?’

‘Doe niet zo flauw, het is toch gezellig dat we komen eten.’

‘Weet je wat nog gezelliger is?’

‘Nou?’

‘Als jullie niet komen eten.’

‘Kom An, we gaan, deze jongen is gestoord en ik heb nog genoeg te doen.’

‘Ja, schat, ik krijg negatieve vibes hier,’ vult An weer aan en ze vertrekken per direct.

Ik doe uiteindelijk extra veel koriander en sambal in het eten en eet met tegenzin de hete sop in mijn eentje op.

Rutte zegt het

Rutte zegt het

Van de consternatie op de dam kreeg ik vanaf mijn dakterras weinig mee. Noch van de soap tussen onze Fem en staatsbeul Ferd. Enigszins fanatiek betrachtte ik op één van de laatste mooie dagen van de week een wedstrijdje navelstaren. Mijn ietwat opgezwollen buik was bezaaid met haar en had meer gelijkenissen met een hevig vervuild doucheputje dan met de obligatoire sixpacks bij de sportschool tegenover mij. Met mijn wijsvinger wipte ik het pluisje uit mijn navel en schoot deze secuur naar de straatkant. Misschien moest ik me maar eens aanmelden bij een sportklasje. “Wij handelen in weerstand,” had Arie Boomsma gezegd bij Op1. Niet dat ik angst had voor corona, maar vrouwen lagen wellicht niet al te graag op een zwetend zacht doucheputje.

12 uur, eerst maar even lunchen. Volledig ontspannen, een tikkeltje rozig, trapte ik mijn ‘huis-Crocs’ uit en deed een paar afgetrapte ‘nikies’ aan.

Bij de bakker stonden mensen netjes op 1,5 meter afstand van elkaar te wachten op hun vers gebakken Christoph Pavé of Grand Mère. Een ouderwets volkoren brood was veel te gewoontjes voor de gemiddelde kakker in Amsterdam-Zuid.

‘Je mag gewoon naar binnen,’ zei de vrouw achter me op een wat dwingende toon.

“Maximaal 4 mensen,” stond op de deur.

Exact het aantal dat binnen stond, maar ik had geluk, de vierde klant liep net naar buiten. Tot mijn verbazing volgde de geblondeerde vrouw mij met maar liefst vijf kinderen. Ze zag eruit alsof ze haar gezicht had ingesmeerd met cacao-boter en haar lippen vervangen had voor twee opgezwollen, vuurrode chorizoworstjes. Op haar trainingspak stond in koeienletters Balenciaga, net als op haar schoenen die eruit zagen alsof ze polio had gehad zo groot.

‘Mevrouw, wilt u alstublieft nog even buiten wachten, ik mag maximaal vier personen in de zaak hebben,’ vroeg de bakker op vriendelijke toon.

‘Nee, Rutte zegt dertig,’ zei ze met een bijzonder plat accent.

‘Mevrouw, kunt u alstublieft nog één minuutje buiten wachten. Anders krijg ik een boete.’

‘Van wie? Rutte zegt dertig. Ik ga niet naar buiten. Je kan de pot op.’

‘Mevrouw u staat met zes binnen.’

‘Kinderen tellen niet. Rutte zegt het. Ik ga echt niet, hoor.’

Het begon me nu toch echt te irriteren, een combinatie van honger en de aanwezigheid van deze intens gezellige voetbalvrouw.

‘Mevrouw, alstublieft,’ trachtte de vriendelijke bakker opnieuw.

‘Hé vies vuil opgepompt wijf, wil je met die neptieten van je opkankeren, a.u.b.? Het is niet jouw winkel, tief gewoon op. Ik wil graag mijn brood bestellen.’

Ze verliet de winkel met de woorden ‘ik kom hier nooit meer’.

‘Een Christoph Pavé, s’il vous plaît,’ vroeg ik vriendelijk en verliet kort daarna de bakkerszaak.

Besmettelijke bontkragen

Besmettelijke bontkragen

“De volksgezondheid staat op nummer 1, 2 en 3,” zegt CDA-fractievoorzitter Stefan Janszen in de Volkskrant naar aanleiding van de corona-uitbraak op nertsenfokkerijen in gemeente Gemert-Bakel. Dat betekent dat de mens wederom boven natuur en dierenwelzijn wordt gesteld. Oftewel: ruimen die handel! Er is de afgelopen tijd veel kritiek geweest op de eetgewoonten van Chinezen vanwege de pandemie, maar hoe praten wij onszelf goed, wanneer er in een Brabantse gemeente van amper 125 vierkante kilometer met dertig duizend inwoners meer dan 1,5 miljoen beesten leven voor de intensieve veehouderij?

In 2017 maakte het Europees Hof voor de Rechten van de Mens bekend dat pelsdierhouderijen vanaf 2024 definitief verboden worden in ons land. Het heeft dan in totaal 25 jaar geduurd vanaf de eerste motie van Swildens-Rozendaal (PvdA) in de Tweede Kamer tot een daadwerkelijk verbod. Oordeelt u zelf maar of u dat een voortvarende procedure vindt.

Ondanks het toekomstige verbod blijken fokkerijen zich nog steeds op illegale wijze uit te breiden en zijn de omstandigheden voor de nertsen ronduit nijpend. Het Wetenschappelijk Comité voor dierenwelzijn en diergezondheid van de Europese Unie signaleerde in 2001 al het afwijkende gedrag van de nertsen. Zelfverminking, het doden van eigen kinderen en kannibalisme waren naast infecties, rottende lijken en te kleine verroeste kooien tekenen van zware mishandeling.

Vandaar dat de voorgestelde financiële compensatie van de heer Janszen eerder lijkt op het belonen van malafide ondernemers, dieren mishandelaren, die geen toekomst beschoren zijn in onze samenleving en zinloze producten maken voor ijdele incels en ongecivileerde vrouwen die amper kunnen lachen door de hoeveelheid botox in hun karakterloze gelaat.

Hoog tijd voor een vervroegd verbod binnen de Europese Unie. Zeker, wanneer men beseft dat hiermee jaarlijks maar liefst 50 miljoen beesten gered worden van de gaskamer.

Single

Single

“Maar ze is wél erg sociaal.”

“Maar ze is wél artistiek.”

“Maar ze heeft wél toffe vriendinnen.”

Soms komt inzicht pas als rollen zijn omgedraaid. Sinds ik single ben en veel van mijn vrienden bezet, krijg ik geregeld vrijgezelle vrouwen aangeprezen. Meestal een vriendin van. Ik ben ervan overtuigd dat zij dit met de beste bedoelingen doen, maar het woordje “wél” stemt me niet bepaald hoopvol. Wat hebben ze in vredesnaam allemaal niet?

Ik ben mogelijk iets te huiverig en pessimistisch, maar wat zegt het over een goede vriendin wanneer er maar één pluspunt te bedenken valt en wanneer dit pluspunt ook nog eens op genuanceerde wijze wordt geuit? Het is alsof iemand mij mee uiteten neemt met vooraf de woorden: “Verwacht er niet te veel van.”

Desondanks begon ik hoopvol aan mijn eerste afspraakje. Voor aanvang van het concert, waar ik haar mee naartoe nam, deden we een drankje in de restauratie van de Tolhuistuin. Twee Ijwit.

‘Waarom kan ik je niet vinden op Instagram,’ vroeg ze.

‘Heb ik niet.’

‘Oh…Mijn hele leven speelt daar af als contentmanager.’

Ik lachte, daarna bleef het even stil. Er kwam geen tweede ontmoeting. Het was wederzijds, zullen we maar zeggen. “Blijkbaar was deze wél erg sociaal.”

Bij de tweede dame was ik vergeten wat ze ook al weer “wél” had. Ze vertelde over mediteren, haar recente bezoeken aan een psycholoog om over haar té goede jeugd te spreken en haar sterke voorgevoel dat ze zichzelf ging vinden in Bali. Ze zei dat alles spontaan besloten moest worden, al klonk dit toch echt als een vooropgezet plan. Toen het gesprek eenmaal vormen kreeg van spiritualiteit en vervreemding van de werkelijkheid, bleek mijn wierookstok ruimschoots opgebrand. Er kwam geen tweede ontmoeting. “Blijkbaar was zij degene die wél erg artistiek was.”

De meest recente sprak uitsluitend over haar vriendinnen, stak de ene sigaret aan met de ander en droeg een joekel van een koortslip in de linker bovenhoek van haar mond. Ook hier kwam geen tweede ontmoeting. “Ze had blijkbaar wél toffe vriendinnen.”

Uiteindelijk is het misschien maar beter om niet met elkaars liefdesleven te bemoeien, al blijkt uit vele onderzoeken dat een gearrangeerd huwelijk vaak gelukkiger is dan wanneer de keuze bij jezelf ligt.

Feministische legbatterij

Feministische legbatterij

Afgelopen week ging ik in mijn eentje eten bij een ander stel. Of althans, ik kreeg zijn vriendin er gratis bij. Terwijl ik rustig mijn eerste biertje dronk, diende ik het stel vanaf de keukentafel te aanschouwen. Samen kookten ze een recept van de Allerhande. “Exotisch,” noemde zijn vriendin het, wat ik op zichzelfstaand al een vreselijke term vind. Al helemaal als het gaat om een Allerhandepasta, waarin de Boursin niet mag ontbreken. Als kers op de taart zat zijn vriendin hem schaamteloos af te lebberen en complimenteerde zij hem met zijn roertechnieken in de gesmolten kruidenboterpasta. “Wil je nog een biertje,” vroeg zijn vriendin gastvrij,” ik hoop niet dat je het erg vindt, maar wij drinken deze week niet.” Steeds vaker hoor ik in het bijzijn van mijn vrienden het woord “wij” in deze context en het maakt me ongerust. Staat de derde feministische golf gelijk aan de onderdrukking van de man?

Nog geen week ervoor ontving ik het bericht “Wij zitten samen voorlopig nog even in quarantaine”, nadat ik een vriend van mij had uitgenodigd voor een spelletjesavond. Later hoorde ik dat zijn vriendin het liever niet had dat hij afsprak met andere mensen.

Ik lachte de incidenten weg, todat deze week de verhuizing van onze überlegbatterijkip werd afgekondigd. De jongen, die onder druk van boer Vriendin Amsterdam verruilde voor het ogenschijnlijk gezellige Den Bosch. “Wij hebben meer ruimte nodig,” klonk zijn vergeefse poging het mooi te laten klinken, terwijl iedereen wist dat in werkelijkheid zijn vriendin liever bij haar familie in de buurt woonde en hij dat maar diende te slikken.

Mannen, behoed uzelf en uw vrienden voor het woord “wij” in samenhang met uw vrouwelijke wederhelft. Strijd net als Wakker Dier voor het drie sterren beter leven keurmerk en blijf een vrije uitloopman.

Onderzetman en het gevreesde rondje Hoep

Onderzetman en het gevreesde rondje Hoep

Deze week werd ik geconfronteerd met mijn eigen ingeslopen burgerlijkheid, toen ik iemand bij mij thuis verzocht het kopje op een onderzetter te plaatsen, aangezien het een dure tafel betrof. Ik werd omgedoopt tot “Onderzetman”, een vereenzelviging van de middelmatig talentvolle man, van een jaar of veertig, die trots zijn nieuwe hybride Peugeot 508 sedan laat zien aan de buurvrouw. “En de fietsen,” vraagt de buurvrouw enigszins argwanend. Voorbereid op de vraag laat ik de trekhaak zien en vertel haar dat ik maar liefst vier fietsen mee kan nemen. “Zelfs die elektrische van jou, Anneke,” vul ik triomfantelijk aan. Als ik niet oppas, zal deze nachtmerrie nog werkelijkheid worden ook.

In mijn omgeving gaat het er niet veel beter aan toe, als ik de sportapp Strava mag geloven. Ik zeg wel eens: “Van eenzaamheid komt gekte”, maar waarom iedereen zichzelf schaamteloos vastlegt in een strak pakje met helm en veiligheidsbril in discokleuren, is mij een raadsel.

“Lekker rondje Hoep”, staat er dan onder.

Vroeger waren de heren, dames, die in het eerste team van de hockeyclub zaten gaaf. Atletiek, broodtrommels en bekers waren eigenaardig, onaantrekkelijk en logischerwijs onbelangrijk.

Toch lijken liefde en aantrekkingskracht tegenwoordig andere drijfveren te bezitten dan toen. Zo zie ik zelfs foto’s voorbij komen van meerdere stellen die met elkaar aan het mountainbiken zijn in Schoorl. Bovenop de gebruikelijke “gear”, zo noemen fietsfanaten hun sportspullen, droegen ze handschoentjes zonder vingers. In de wielerij is blijkbaar nog geen tekort aan beschermingsmiddelen.

Gister was de druppel. Een jongen van mijn leeftijd met zo’n omhooggeklapt wielrenpetje toont zijn gloednieuwe bidon met de tekst: “#ultieme waterdosering”.

Ik heb de app direct verwijderd en ben naar de slijterij gefietst voor een kistje rode wijn om mijn zogenaamd dure tafel te vereeuwigen met diep rode kringen.

Rust zacht, “Onderzetman”.

Virtuele mensen

Virtuele mensen

Er zijn mensen in mijn omgeving die bijzonder goed lijken te gedijen bij virtuele activiteiten. ‘Zullen we maandag een virtuele pubquiz doen?’ ‘Die werkborrel kan best via Microsoft Teams.’ ‘Een bierproeverijtje achter de webcam?’ Het is nog maar een kleine selectie van de berichten die ik de afgelopen periode ontving.

Het zijn dezelfde mensen die een foto van zichzelf op internet plaatsen in jasje-dasje met daaronder een onderbroek en Happy Socks. Voor degene die niet weten wat Happy Socks zijn, dat zijn die infantiele sokken in felle kleurtjes, veelal versierd met exotische vruchten.

De tijdelijke transitie naar de virtuele wereld lijkt kleurloze figuren aan te moedigen om “lekker gek” te doen. Met weerzinwekkende trots etaleren zij hun thuiswerkplek met een gevulde brie op het toetsenbord en een speciaal biertje naast de muis. Aangezien er maar één tegelijk kan spreken, vertonen deze gelegenheden bijzonder veel overeenkomsten met burgerlijke kringborrels. Borrels die ik ten alle tijden probeer te vermijden.

Tot mijn grote vreugde kondigde horecaondernemer Laurens Meyer deze week af zijn zaken uiterlijk 1 juni weer open te gooien. Grote opluchting. Mijn oma was namelijk al voor de vijfde keer gestorven aan corona als excuus om de virtuele borrels te ontlopen.

Voor de liefhebbers van virtuele kringborrels rest mij nog één advies: “Blijf ook vooral na de coronacrisis binnen.”

*BONUS: Maandag

*BONUS: Maandag

Ergens midden in de week ren ik door een haast verlaten stad. Het is prachtig weer, maar de terrassen zijn leeg. Die avond trek ik iets te vroeg een fles wijn open. Dagen zijn nog maar nauwelijks te onderscheiden van elkaar. Achterstallig werk kan ook wel ergens op zaterdag worden ingehaald. Het schaamtegevoel over ontspoord gedrag in het weekend begint steeds meer te lijken op een illusie uit het verleden. Het idee dat het unheimische gevoel over de beginnende werkweek op zondagavond terug zal keren, voelt vreemd. Ik kan me er weinig meer bij voorstellen, maar sinds het aantal coronagevallen in ons land lijkt te stabiliseren, wordt er voorzichtig gesproken over terug naar normaal. Maar wat is dat, terug naar normaal?

Dat betekent dat ik maandagochtend wakker word en na het ontbijt niet blijf zitten aan de keukentafel, maar mijn auto instap om met tegenzin richting IJmuiden te rijden. Voor degene die het niet weten, daar werk ik.

Dat betekent dat ik iedere ochtend in plaatst van de initialen van Jos, Jos weer fysiek moet zien. Inclusief zijn blauwe slangenlerenschoenen.

Dat betekent dat ik niet meer iedere ochtend in alle rust de krant kan lezen met een zelfgemaakte kop koffie. Koffie, waarvan het maagzuur niet direct naar boven kruipt.

De gedachte alleen al maakte me afgelopen dinsdag behoorlijk zenuwachtig. Met samengeknepen billen zat ik op het puntje van mijn stoel te luisteren naar onze premier. De verlenging klonk als een bevrijding. Een bevrijding van mensen die eruitzien alsof voortplanten een familieaangelegenheid is. Een bevrijding van een kantine waar frituur de norm is. Terug naar normaal klinkt als terug naar mijn eigen lockdown.

Plattelandsdisco en bar dancing Amsterdam

Plattelandsdisco en bar dancing Amsterdam

Verduurzamen op een ernstig vervuilde scheepswerf of vierentwintig uur dansen in een hal waar voorheen de drukpersen de hele nacht doorraasden. Het verschaffen van een tijdelijke vergunning op plekken waar het minder aantrekkelijk is om te wonen heeft zich de laatste jaren ogenschijnlijk bewezen. Cultuur en horeca als middel tegen sociaal-economische problemen in een wijk. Maar lost het de problemen daadwerkelijk op of verplaatst het deze simpelweg door ongewenste bewoners de stad uit te werken?

Nachtclub Trouw opent in 2009 de ogen voor de mogelijkheden ten oosten van de Wibautstraat. Als denkbeeldige ster lokt de club steeds meer gasten naar drie onbekende ondernemers die een jaar daarvoor café Maxwell zijn begonnen aan het Beukenplein. Tegenwoordig bekend als “de Drie wijzen uit het oosten” en goed voor achttien zaken in de stad. In een mum van tijd toveren de creatieve ondernemers Amsterdam-Oost om in een gegentrificeerd yuppenwalhalla. Huizenprijzen schieten door het dak en problemen lijken zich vanzelf op te lossen.

Toch wordt het succes van zo’n leidende ster vaak niet beloond met een permanente vergunning. Projectontwikkelaars staan te trappelen om het stokje over te nemen. De wonderlijke plek wordt tegen een goede prijs verkocht om plaats te maken voor nieuwe woningen. Binnen tien jaar heeft de stad haar doel bereikt. Paupers pleite, zorgen weg.

Maar daarmee ook vaak de ziel van zo’n wijk. Het gebied is veranderd in een karakterloze kakwijk, waar hele straten worden bevolkt door mensen uit één en dezelfde Leidse jaarclub. De aanvankelijke aantrekkingskracht is op lange termijn haar ondergang. Creatieve initiatieven dekken de stijgende huurprijzen niet en moeten plaats maken voor grotere concerns. En de jongens van die sympathieke club?

Die krijgen een nieuw missie van het stadsbestuur. Een nieuwe verruiming, naar een nieuw probleemgebied, verder weg van het historische stadscentrum.

Het lijkt voor het eerst in de historie te gebeuren: de stad volgt het platteland. Als het namelijk zo doorgaat, vertrekken er over een aantal jaar meerdere bussen vanaf het museumplein om in een discotheek in Hoorn te gaan dansen. Vergelijkbaar met uitgaansgelegenheden in de Achterhoek, waar alle dorpen van tien gemeentes bij elkaar komen. Tien zalen, lasershows en een naam als “Bar Dancing The Crazy Horse”. Eronder staat dan Area Amsterdam. Het is de plek waar de dwarse denkers, herrieschoppers en creatievelingen gedwongen heen moesten verhuizen. En blijkbaar kan de welgestelde stadsbewoner niet zonder hen.

Coronabingo

Coronabingo

Verzorgingstehuis de Rijpe Druif maakt zich op voor de maandelijkse bingo. De dertigjarige verpleger René staat midden in de gang achter een tafel met drie foto’s waarop de prijzen zijn afgebeeld. Naast de drie foto’s liggen een megafoon en een rad dat hij voor de gelegenheid heeft aangepast. Zijn collega’s zijn thuisgebleven wegens gebrek aan beschermende middelen. René voelt zich verantwoordelijk voor “de Druifjes”. Maar als het om verzorging gaat, acht René één ding belangrijker dan zijn verantwoordelijkheidsgevoel. Zijn stiptheid. Hij kijkt op zijn gloednieuwe Kwartshorloge, telt in zijn hoofd de laatste seconden en pakt alvast de megafoon. Wanneer het tijd is drukt hij op de alarmknop van het apparaat en voelt zijn bloed harder stromen van spanning. De bingo kan beginnen.

Mevrouw van Driel opent als eerste haar deur. Ze is het lievelingetje van René, vanwege haar even grote fascinatie voor stiptheid. Meneer Gnaoui van nummer 16 volgt haar. Graaf von Oberndorff is wederom zijn broek vergeten. Alhoewel René hem ervan verdenkt dat het zijn versie van de kleren van de keizer is en hij met zijn actie volledig bewust zijn onvrede uit over het jaren 50 gebouw waar hij van zijn familie moet verblijven. Er volgen nog twaalf andere bewoners. Zeven deuren blijven dicht. Het is iedere week spannend waarom.

Lichtelijk geïrriteerd door de vertraging loopt René één voor één de dichte deuren af. Twee hebben geen zin, vier voelen zich niet goed en de laatste lijkt niet meer te ademen. “Dat komt zo wel,” denkt René,” de bingo moet nu toch echt beginnen.”

“Jonge Druifjes en Druivinnen,” schelt hij even later door de megafoon. “Vandaag kan ik jullie met alle vreugd meedelen dat onze “knuffelmarrokaan” Ali B zich heeft ingezet om onze bingo te sponsoren samen met zijn partner Yarden, jullie allen welbekend, en daarom zijn er deze keer bijzonder mooie prijzen te winnen. De derde prijs is een volledig verzorgde uitvaart in een prachtige kist van beukenhout. Wordt u tweede dan maakt u uw laatste rit in een massief eikenhouten kist en bent u de gelukkige om eerste te worden, is de kersenhouten uitvoering geheel voor u. Mag ik allereerst een applausje voor Ali B en Yarden?”

Stilte.

“Zoals jullie allen zien zijn er dit keer geen cijfers, maar vragen die u kunt sparen. Dat heb ik bedacht voor deze spannende tijd. Kunnen we beginnen?”

Zonder het antwoord af te wachten, draait René het rad rond. Het rad met zijn zelfbedachte ballen. Met enigszins klamme handjes pakt hij de eerste bal.

“De eerste bal is: wie is boven de 80?”

Het rad draait voor de tweede bal.

“De tweede bal is: wie is een maand geleden voor het laatst naar buiten geweest?”

Hij ziet de bewoners opgewekt pennen.

“De derde bal is: wie heeft COPD, overgewicht of vroeger gerookt?”

René vond deze bal erg goed bedacht van zichzelf.

“Goed opletten allemaal.”

René loopt met de vierde bal naar de knop die hij vanochtend geïnstalleerd heeft.

“De vierde bal is: wie van jullie heeft geen verzorger of een verzorger zonder bescherming?”

“Bingo, bingo, bingo, bingo, bingo, bingo…”

René drukt op de knop, confetti valt over de bewoners en hij feliciteert allen met hun geheel verzorgde laatste ritje.

Kan ik de rekening later betalen?

Kan ik de rekening later betalen?

“Ik vind het heel spannend worden als je gezondheidszorg in geld gaat uitdrukken.”

De wat ongemakkelijke reactie van staatssecretaris Blokhuis vorige week vrijdag bij Op1 geeft aan hoe gevoelig de discussie is omtrent het hervatten van economische activiteiten. Het pleidooi van Jort Kelder voor ondernemend Nederland wordt door de mensen aan tafel ontvangen als ronduit misplaatst. Wanneer hij begint over het hoge percentage mensen met overgewicht op de IC, verwijt Sophie Hilbrand hem zelfs van enige lompheid. Toch vraag ik mij af of de heer Kelder hier geen valide punt maakt.

De Wereld Gezondheidsorganisatie publiceerde in 2018 een lijst met meest voorkomende doodsoorzaken wereldwijd. Hartinfarcts en beroertes waren samen goed voor ruim 15 miljoen doden per jaar. Hoofdoorzaak? Dichtgeslibde en vernauwde aderen door ongezonde voeding en te weinig beweging. In datzelfde jaar publiceerde het CBS de cijfers van obesitas in Nederland. Sinds de jaren tachtig verdrievoudigt naar 15 procent. In landen als de Verenigde Staten is dit al snel het dubbele.

De lachende derden zijn de voedsel- en tabaksproducenten die zonder enig schuldgevoel hun producten steeds verslavender maken. De impact die deze bedrijven hebben op de volksgezondheid is dan ook zonder twijfel groter dan de civetkat, kameel en vleermuis tezamen. De overheid lijkt in dit geval een blinde vlek te hebben voor sluipmoordenaars.

Iedereen heeft recht op zorg in Nederland, maar vanaf wanneer is deze nodig? Vanaf het moment dat een persoon drie maal daags de frituur aanzet en stopt met bewegen? Of wanneer deze omgekeerd moet worden op de IC? Inperking van lichamelijke integriteit en fysieke zelfbeschikking of een hoge rekening voor later?

Financiële instellingen moesten na de kredietcrisis grote buffers aanleggen en hun hypothecaire leningen moesten aan strengere eisen voldoen. Wat gaat de overheid zichzelf opleggen na deze humanitaire en economische crisis? Preventie lijkt een logisch vervolg. Want voor je het weet, maakt Kraft-Heinz gefrituurde vleermuisvlammetjes en eten onze kwetsbaren deze met liefde op.

Zelfcompassie van de afzonderende millennial

Zelfcompassie van de afzonderende millennial

Millennials kenmerken zich door een hartstochtelijke behoefte naar authenticiteit. Gewend aan het vangnet van hun ouders en een voorgespiegeld wereldbeeld van onbegrensde mogelijkheden voelt het wegvallen van instantane bevrediging als een aanslag op hun leven. Hoe hebben zij de eerste drie weken van quarantaine ervaren?

Week 1
De eerste vrijdag ontvang ik meerdere berichten van mede-millennials, waarin de maatregelen worden vervloekt. Het sluiten van de horeca betekent in hun ogen een stilstand van hun leven.


Week 2
Enige berusting, weliswaar gepaard met een overlevingsstrategie, waarbij gedacht wordt dat social distancing niet voor hen geldt. Wanneer eerdere generaties netjes aan de regels houden, kan een afspraakje via Tinder geen kwaad. Er wordt zelfs gezoend.

Week 3
De derde week begint met enig schuldgevoel, maar deze wordt al snel overschaduwd door medelijden over het geannuleerde festival van aanstaande vrijdag. De maandelijks toegestane dosis MDMA blijft namelijk ongeroerd liggen in de sokkenlade.

Enkele dagen later licht mijn telefoon op: “Hoe lang gaat dat verdomde griepje nog duren? Ik houd het niet meer!”

Zondagmiddag, het einde van de derde week nadert. Het is bijna twintig graden en de zon kan onbelemmerd schijnen. Het zweet staat op het voorhoofd van menig millennial. Niet vanwege de hoge temperatuur, niet vanwege Covid-19, maar vanwege de behoefte aan ontregeling. De verdovende middelen liggen nog steeds in de sokkenlade en lonken. Het dakterras van nog geen tien vierkante meter lijkt plotseling geschikt voor honderd man. Behoefte aan sociaal contact. Leven met schaarste is geen leven.

Even later staat het hout van de vlonders op het terras krom van het gewicht. Muziek, drank, drugs en dansende mensen. Lachgasballonnen worden genomen als denkbeeldige beademing. Door de microfoon klinkt honend: “Wij feesten thuis, terwijl jullie werken!”

Eindelijk krijgt het leven van de millennial weer betekenis.

Eigen soort eerst

Eigen soort eerst

Jullie trekken naar een gebied en vermenigvuldigen je totdat alle natuurlijke hulpbronnen zijn uitgeput. De enige manier om te overleven is om jullie zelf te verplaatsen naar een ander gebied.’

Dit citaat uit the Matrix confronteert ons mensen met de rol die wij willen vervullen in de wereld: een positie bovenaan de voedselketen. Een positie, die wij onlosmakelijk verbinden met vrijheid. Maar kunnen wij intelligente apen omgaan met deze verantwoordelijkheid? Of is onze hebzucht hiervoor te groot?

Eurocommissaris Timmermans sprak een aantal maanden terug nog veelbelovende woorden. Een groots plan. Zijn Green Deal moest de balans in ecosystemen gaan herstellen. Het werd hoog tijd dat we de verantwoordelijkheid zouden nemen die paste bij onze rol in de wereld.

Een virus gooide echter roet in het eten.

Het verminderen van broeikasgassen is inmiddels vervangen door beademingsapparatuur en IC-bedden. Mondkapjes worden niet meer gedragen tegen smog, maar als bescherming tegen Covid-19. Het redden van de soort en de economie zijn opnieuw van groter belang dan het milieu. VN-secretaris-generaal Guterres trekt zelfs de vergelijking met oorlogstijd. Zou hij dan doelen op een politieke slogan, vergelijkbaar met die van het Derde Rijk? Zoiets als: “Eigen soort eerst!”?

Het wordt tijd dat mensen beseffen dat ons voortbestaan niet alleen afhankelijk is van onszelf en dat wij op exact dezelfde destructieve manier verhouden tot de aarde als het virus tot ons. Vermenigvuldigen, uitputten en verspreiden. Wanneer we alleen aan het behoud van onze eigen soort denken, eindigen we op de lange termijn allemaal op dezelfde plek. En wat treffen we daar aan?

Niets.

*BONUS: Thuiswerken verhoogt de potentie

*BONUS: Thuiswerken verhoogt de potentie

Met de quarantainemaatregel voor Covid-19 kan er eindelijk betrouwbaar onderzoek gedaan worden naar de effectiviteit van thuiswerken. De populatie thuiswerkers heeft tegenwoordig namelijk een omvang, waarbij significante verschillen waar te nemen zijn. Zo hebben een aantal websites hun capaciteit moeten uitbreiden, want naast het gebruikelijke wasje en de wat uitgebreidere lunch, blijkt in ons land de website Pornhub zo’n 15 procent meer te worden bezocht. Met bijna 5000 doden in Italië is de behoefte naar de pornosite zelfs gestegen met ruim 30 procent. Terwijl de mensen in de zorg zich in het zweet werken, doen wij dat met een portie rukken en vingeren. En na zo’n zes keer de dagelijkse hoeveelheid zelfbevrediging liggen de meeste mannen met het zaad nog in hun navel te Netflixen.

Met miljoenen extra abonnees verwelkomen de streamingsdiensten het virus als een cadeau voor 2020. Ook de supermarkten zien een bijzonder goed jaar tegemoet. Kortom, het is niet voor ieder kommer en kwel.

Toch doet Matthijs van Nieuwkerk in zijn lege studio elke dag alsof we gemarteld worden door verveling. Hij vraagt Floortje Dessing om advies. Zij heeft immers veel mensen in isolatie bezocht in haar programma Floortje naar het einde van de wereld. Ze oppert de terugkeer van het bordspel. De angst voor verveling blijft in Matthijs zijn ogen. Misschien houdt hij niet van Ganzenbord.

Voor veel mensen lijkt zelfvermaak lastig. Het pleepapier raakt maar niet op en voor het middaguur is elke houdbaarheidsdatum in de voorraadkast tweemaal gecheckt. De eindeloze tijd om kennis uit te breiden, een goed boek te lezen, te oefenen met een muziekinstrument. Voor hen is het dromen erover fijner dan de uitvoering. Het voelt als een definitieve bevestiging van hun middelmatigheid en gebrek aan talent. Masturbatie is toch eenvoudiger en bovenal GRATIS!

Covid-19 activeert onze zintuigen

Covid-19 activeert onze zintuigen

Het gedrag van de mens begint ten tijde van deze pandemie steeds meer gelijkenissen te vertonen met het scenario van een klassiek ontvoeringsverhaal. De baas van een groot concern heeft jaren lang oogkleppen op en hoort en voelt wat hem uitkomt. Hij waant zich zonnekoning en acht zijn bevoorrechte positie als vanzelfsprekend en volkomen terecht. Totdat zijn armen met grove scheepstouwen vastgebonden zijn in een lekkende kelder en zijn ontvoerders op het punt staan zijn tenen één voor één te amputeren met een botte tang. Zijn zintuigen horen, zien en voelen plotseling de realiteit.

Vorig jaar demonstreerde een groot deel van de mensen uit de agrarische sector, het onderwijs en de zorg op het Malieveld in Den Haag. Enkel voor een paar procent extra loon en waardering. De vraag om onze zintuigen eerlijk te gebruiken werd beantwoord met een beklag over files, uitgestelde afspraken en kinderen die opeens thuis zaten. Waarom werd er toen niet geklapt voor deze hardwerkende, vaak onderbetaalde bevolkingsgroep?

Ik wil niet zeggen dat het Coronavirus een verrijking van ons leven is, maar het toont wel op vele vlakken de ware aard van ons opportunisme. Boeren, truckers, vakkenvullers, doktoren, verplegers en mensen in het onderwijs. Het zijn de mensen waarover we na de crisis weer met volle overtuiging zeggen dat het terecht is dat zij minder verdienen, terwijl we momenteel allemaal kunnen ervaren dat zij de werkelijke kracht zijn achter onze samenleving.

Het is deze opportunistische vergeetachtigheid waarom een aantal maanden langer in quarantaine mogelijk zo slecht nog niet is. Eén voor één worden onze tenen afgezet om onze zintuigen te activeren. Het zal ons brein de tijd geven die het nodig heeft om deze tijdelijke waardering permanent in ons geheugen te griffen.

Het is niet verboden, dus het mag

Het is niet verboden, dus het mag

De meeste mensen deugen is de titel van het veel verkochte boek van historicus Rutger Bregman. Met dit boek etaleert hij de mogelijkheden van een wereld waarin het positieve mensbeeld de boventoon voert. Door de eeuwen heen hebben machthebbers hun ‘wilde’ volk proberen te beteugelen met beleid en wetvoering, ervan uitgaande dat in ieder mens een duistere kant zou huizen. Maar is deze argwaan wel terecht?

In de moderne fysica kent licht verschillende gedaantes. Afhankelijk van de situatie waarin het natuurverschijnsel zich verkeert, openbaart het zich in de vorm van individuele deeltjes of samenhangende golven.

De relatie tussen machthebbers en hun volk vertoont een vergelijkbare dualiteit. Ten tijde van voorspoed beschouwt men de overheid als een belemmering van groei en probeert men het grijze gebied van fiscaliteit te ontdekken onder het motto: het is niet verboden, dus het mag. Maar wanneer het tij keert in de vorm van een financiële crisis staan diezelfde kapitalisten vooraan in de rij om gered te worden en is de vijand plotseling hun enige vriend. Het individuele deeltje heeft zich noodgedwongen onderworpen aan de collectieve golf.

Maar niet alleen het vrije marktdenken is onderhevig aan conjunctuur. Ook opvattingen omtrent tradities, ethiek en sekse zijn trendgevoelig. Denk aan slavernij, geaardheid en het vrij recentelijk omstreden Sinterklaasfeest. Het idee van deugdelijkheid blijkt sterk beïnvloed door de publieke opinie en is onder invloed van afstotende deeltjes altijd in beweging.

Het bekendste experiment waarin de verschillende gedaantes zich tonen is het internet. In de bijna wetteloze, anonieme wereld lijkt men niet meer te worden weerhouden zich op een ondeugdelijke manier te uiten. Doodsbedreigingen, beledigingen en andere onfatsoenlijke uitingen van tekst worden niet geschuwd. Van de account manager uit Wijdewormer tot de agrariër uit Appelscha. Eindelijk een plek waar iedereen zich kan laten gelden. Echter eenmaal op straat, lijkt de anonieme commentator zich opnieuw moeiteloos mee te bewegen met de golf.

Zolang er schaarste heerst, zal er jaloezie bestaan en zal men altijd verschillende gedaantes aannemen. Soms voor het goede, soms voor eigen gewin. In deze onvoorspelbare wereld lijkt een lichte argwaan vanuit de machthebbende instituties geen bijzonder slecht idee. Een wetteloze wereld gefundeerd op het Twitter account van president Trump en de heer Baudet vertoont immers meer dystopische aspecten dan rijke kansen.

Het verboden woord

Het verboden woord

Er verschijnen steeds meer taboes die hoognodig doorbroken dienen te worden. Zelfs zoveel, dat ik twijfel over mijn kennis van het woord. Mijn vertrouwde Van Dale vertelt mij dat wanneer ergens een taboe op rust, men iets niet mag doen of zeggen. Er wordt in de uitleg van het woord echter niets gerept over de situatie waarin men verkeert. Ik stel me zo voor dat een interviewer op een sollicitatiegesprek het niet nodig acht dat ik vertel over de frequentie waarmee ik masturbeer. En zo blijf ik in vertwijfeling achter over de urgentie waarmee sommige mensen in mijn ogen triviale kwesties bespreekbaar willen maken.

Feminist Milou Deelen wilt bijvoorbeeld graag laten zien dat vrouwen menstrueren. Dit wilt ze bespreekbaar maken door een foto te tonen met haar in een witte onderbroek met een bloedvlek rond haar kruis. Is menstruatie onbespreekbaar? Of is het gewoonweg niet nodig om tijdens de koffie bij je oma te melden dat je vloeit? Het kan zijn dat iedereen het wel even zat was na de foto van Heleen van Royen die een bebloede tampon uit haar vagina trok.

Maar niet alleen de maandelijkse cyclus wordt vastgelegd om deze meer bespreekbaar te maken. Onder de noemer #Eerlijkefoto verschijnen afbeeldingen van trots, zwaarlijvige en vermoeide vrouwen op het internet. Het schoonheidsideaal van een gezond en fit lichaam zou hun kinderen een verkeerd beeld geven van de wereld. Hun kinderen een keer naar buiten sturen in plaats uren achter een scherm te laten zitten, komt niet in hen op. Nee, de veelal uitgerangeerde BN’er moeders die hieraan meedoen staan liever half naakt met hun cellulitis billen trots te zijn, terwijl hun beschermende woorden klinken:

“Kijk schat, moeder is niet zo mooi meer als die influencer waar jij naar kijkt. Maar wees gerust, uiteindelijk wordt iedereen zoals mama. Als je pech hebt zelfs eerder. Zeker als je net als mama stopt met bewegen en iets te vaak naar de FEBO gaat.”

Milou doet hier nog een schepje bovenop. Ze vindt dat vrouwen niet meer als lustobject gezien mogen worden. Met behaarde oksels en onbedekte hangtietjes op de Nederlandse festivalterreinen heeft ze vele mannen hiervan overtuigd. Mogelijk zelfs zoveel, dat ze gedwongen over moest stappen naar de liefde voor de vrouw. De Groningse studente, bekend van haar actie tegen slut-shaming, kreeg bij vele talkshows een podium, waar ze weliswaar een terecht punt aankaartte over het woord slet richting vrouwen, maar tegelijkertijd het voorval waar ze het vriendje van haar Vindicat clubgenote in haar mond had genomen, inslikte. Misschien rust daar nog te veel taboe op.

Blauwe plekken herstellen vanzelf

Blauwe plekken herstellen vanzelf

Mijn moeder zegt altijd dat je dichtbij de bron moet eten. Vis aan de kust, vlees bij het slachthuis. Volgzaam stap ik in mijn auto richting het centraal gelegen IJsselstein, waar volgens recente berichten deep tissue massages worden gegeven aan eenhoevigen. Aansluitend worden de toekomstige slavinken schijnbaar als kreeften levend gekookt in een bak met zout water. Voor een ware foodie is het verhaal bijna net zo belangrijk als de smaak en daarom vraag ik mij af of de mensen van slachthuis Westfort geïnspireerd zijn door de Japanse sushi-legende Jiro, de 94 jaar oude chef die zijn octopussen voor drie kwartier masseert voor extra malsheid. Ik kan haast niet wachten om het ze te vragen.

Na zes dagen zonder vlees is de behoefte ondragelijk groot. De in yuppenland populaire Beyond Meat burger tipt niet aan de speklappen van onze Nederlandse varkens. Maar om goed in de markt te liggen bij de vrouwen, dien ik de ander toch minimaal af te troeven met een extra dag vega. “Wat goed van je,” fluisteren de Amsterdamse dames wanneer ik het hen vertel, waardoor ik het gevoel krijg dat de wereld reeds gered is door mijn altruïstische opoffering. Logischerwijs deel ik mijn kunst met iedereen. Er zijn zelfs dagen dat ik de minaret van mijn Islamitische vrienden in West mag lenen. Zij vinden het eten van varkens immers ook maar raar.

Toch blijven de meeste Nederlanders het dood normaal vinden dat er per jaar ongeveer even veel varkens worden geslacht als dat er mensen in ons land wonen. En accepteren we de verschrikkelijke manier waarop dit gebeurt. Een slachtfilmpje in Zondag met Lubach verzorgde een tijdelijke terugval van de verkopen, maar al snel bleek de beurse plek geheeld en vergeten.

Ook bij Westfort is het bekend dat dit soort commoties tijdelijk zijn van aard. Op het zilverkleurige gebouw in IJsselstein preikt een immens grote W. Deze loopt van rood via groen naar blauw. Precies op de wijze dat een beurse plek zich herstelt en wij mensen ons beschermen tegen confronterende situaties. Om niet overprikkeld te raken door de overvloed aan vergelijkbare, akelige berichten, slaan we een kortstondige kreet uit en gaan snel weer over tot orde van de dag. De blauwe plekken zullen zich vanzelf herstellen. Slechts een kwestie van tijd.

Gembertheetje voor mijn misvormde poliobeen

Gembertheetje voor mijn misvormde poliobeen

Onvergeeflijke bosbranden in Australië, verwoestende sprinkhanenplagen in Afrika, oceanen die verzuren, een epidemisch Coronavirus, hagelbuien zo groot als tennisballen, verduisterde steden door smog en massale ruimingen van vee door vogelgriep en Q-koorts. Dit is nog maar een kleine greep uit de vele rampen waarmee wij als mens geconfronteerd worden. En alsof dit nog niet genoeg overeenkomsten biedt met het Bijbelse verhaal uit de Exodus, over de plagen van Egypte, leek het een klein groepje mensen van de website Miss Natural Lifestyle een goed idee om blenders uit te reiken aan 100 zwangere vrouwen die zich niet zouden vaccineren. De tiende plaag, waarin eerstgeborenen de dood vinden, ontbrak namelijk nog. Misschien wordt het tijd dat we naast een jaarlijkse dodenherdenking voor de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, een herdenking houden voor alle slachtoffers van vergeten ziekten. Voor alle misvormden en overledenen door polio, kinkhoest en rodehond.

Vruchtbaarheidscoach, geschoold receptioniste, aerobicsinstructrice, sport managementexpert, professioneel buikdanseres, Womens soul & Tantra coach en aanspreekpunt van Miss Natural Lifestyle Eva van Zeeland claimt dat journalisten een poging waagden haar belachelijk te maken naar aanleiding van de actie. Ze vertelt op haar site dat het louter ging om bewustheid creëren over de gevaren van de huidige vaccinaties. Toch maakten zwangere vrouwen, die volledig bewust kozen vóór de vaccinatie, geen kans op de prachtige blender van maar liefst 399 euro. Bewust of niet, er moest dus wel degelijk actie ondernomen worden. Of in dit geval, juist niet.

Naast de talentvolle neurolinguïstische programmeurs bestaat er een andere groep van edelmoedige cursisten in ons land. Deze groep schuilt zich achter de haast wetenschappelijk naam van orthomoleculaire geneeskunde. Niet te verwarren met de universitaire studie geneeskunde. De opleiding zet gezonde voeding in als vervanging van medicijnen. Dus neem gerust een extra sinaasappeltje voor ebola en een handje erwten tegen HIV.

Voor veel orthomoleculaire behandelingen, zoals het gebruik van hoge doseringen aan vitaminen, is echter nog onvoldoende bewijs. En dit is nu juist hetgeen waar mevrouw van Zeeland, tevens orthomoleculair geneeskundige, het Nederlandse vaccinatieprogramma van verwijt.

Ook de bijsluiter moet het ontgelden. Volgens homo universalis van Zeeland zouden er vreselijke bijwerkingen op staan. Hierin moet mevrouw van Zeeland deels gelijk gegeven worden, want er kunnen inderdaad, weliswaar in een zeer klein aantal gevallen, ongewenste effecten optreden. Maar wanneer we terug gaan in de archieven van deze vergeten ziekten, kunnen we niet anders concluderen dan dat er vooruitgang is geboekt. Want wie heeft er tegenwoordig nog een klasgenoot met een verlamd poliobeen?

Een kritische noot mag best, net als het creëren van bewustzijn en het aankaarten van het belang van voeding voor het menselijk lichaam, maar laten we met elkaar afspreken dat we in de toekomst geen huishoudelijke producten meer uitdelen aan onzekere mensen, die hiermee de rest van de bevolking in gevaar brengen. Ouders van niet gevaccineerde, overleden kinderen hadden bij nader inzien wellicht toch liever een bijwerking dan het verlies van hun kind. Gek genoeg geeft mevrouw van Zeeland op haar LinkedIn-pagina de mensen hoop met de woorden “Ik help stellen bij hun onvervulde ✨ kinderwens ✨ om de natuurlijke vruchtbaarheid te herstellen”, maar zal met haar actie ook veel ouders hun kinderwens juist ontnemen.

Zoals minister Hugo de Jonge deze week een afspraak maakte met artsen om de maagdenvlieshersteloperatie niet meer ten uitvoer te brengen, lijkt het hoog tijd dat de getraumatiseerde nepdoktoren een waarschuwing krijgen, want ondanks het chronisch personeelstekort is een baan in de zorg nu eenmaal niet voor iedereen weggelegd.

En ze leefde nog lang en gelukkig

En ze leefde nog lang en gelukkig

Zoals men tegenwoordig denkt over gelovigen, denken steeds meer van mijn vrienden over monogamie: een verouderd establishment zonder goede verklaring. Zelfs van de vrouwelijke kant hoor ik steeds meer geluiden tegen de eeuwige trouw aan één en dezelfde. En ook de media staat er vol mee. Zo gaf Katja Schuurman vorig jaar aan regelmatig seks te hebben met meerdere mannen tegelijk en noemde Simone van Saarloos monogamie “een contraproductieve illusie”. Ben ik net als de huidige gelovigen een naïeve achterblijver of is dit een tijdelijke reactie van mijn omgeving tegen de preutsheid ten gevolgen van MeToo?

Ik doe een verwoede poging mij te verplaatsten in een wereld zonder monogamie. Een wereld waarbij mijn ouders met wildvreemde bedpartners aan de ontbijttafel zouden kunnen verschijnen. Een wereld waar ik mijn moeder zou kunnen betrappen in een vrijpostige houding met een wildvreemde man. Een wereld waar ik een bericht zou kunnen ontvangen van mijn vriendin waarin staat dat ze vandaag met Roland had afgesproken om te slapen. En vorige week al met Alexander. Ik weet niet zeker of ik ervan moet balen dat deze situaties mij tot nu toe bespaard zijn gebleven.

“Mensen gaan 90% van de keren toch vreemd,” pleitte Roos vorig weekend toen we uiteten waren. Betekent dit dat we het überhaupt niet meer moeten proberen, dacht ik. Is de relatie niet juist krachtiger doordat het moeite kost? Door voor de ander de kortstondige driften te negeren. “Wat als de één er meer gebruik van maakt dan de ander en er toch jaloezie optreedt,” vroeg ik haar. “Dan moet je het misschien met zijn allen doen,” zei ze. Het was net alsof Henny Huisman in zijn playbackshow al de toekomst had voorspelt. Een toekomst met z’n allen: trio’s, quatro’s, quinto’s en alle andere vormen van polyamoreuze liefde. Het lied bij de prijsuitreiking van de show leerde ons als kinderen al de levensles dat meedoen belangrijker is dan winnen. En dat geldt voor velen dus ook in de liefde.

Afgelopen vrijdag was het Valentijnsdag. Etalages vol met hartjes en promobeelden van verliefde stelletjes. Maar is er nog wel ruimte om elkaar speciaal te laten voelen in een wereld zonder monogamie? Met deze gedachte liep ik vertwijfeld door de Utrechtsestraat. In de verte stond een oudere vrouw bijbelfoldertjes uit te delen. In plaats van voorbij te lopen, wat ik normaal gesproken deed, nam ik er vriendelijk één aan en beloofde haar zondag langs te komen. Blijkbaar ben ik een achterblijver net als zij.

Tot zo bij de kerkviering in de De Duif!

Zijdelinkse kantoorslang

Zijdelinkse kantoorslang

Vorige week verlieten de Britten de Europese Unie, wat een definitief gat in ons hart sloeg. Een hart dat normaal gesproken altijd groeide. Van saamhorigheid naar individualisme door een tijd, die voor velen aanvoelt als een tijd die haastig aan hen voorbij gaat. En aangezien de heren, dames aan de andere kant van het water zich vaak indirect uitdrukken, wilde ik ter ere van de jaren samen een overzicht maken van uitspraken binnen mijn eigen werkomgeving, die niet direct interpreteerbaar zijn. Dus niet begrippen als meeting inschieten, brainstormen, bila’tje, trila’tje, calls, intrapreneurship, concullega’s, ergens een klap op geven, een plasje ergens over doen, de …’tjes van deze wereld, zullen we deze even parkeren, aanvliegen, inschieten, in je kracht staan, stip op de horizon, challengen, bomen, sparren, spiegelen, spoc, alignen, agile, lean of deepdiven. Nee, ik ben voor jullie op zoek gegaan naar de exoten, de zeldzamen, met een zogenaamde, indirecte betekenis. De dubbele bodem van ons systeemplafond. Niet alleen om jullie lezers op te beuren, maar ook om jullie het gevoel te geven dat we het zonder de Engelsen best kunnen.

Allereerst wilde ik beginnen met “ik pak het op”, wat bij ons zoiets betekent als “ik zet het op mijn lijstje totdat iedereen het weer vergeten is dat het mijn verantwoordelijkheid is”. Ongeveer dezelfde betekenis als het woord deadline, synoniem voor “niet meer mijn verantwoordelijkheid”.

Daarnaast kennen we het woord “druk”, wat binnen ons bedrijf een vergelijkbare betekenis heeft met het woord “heftig”. In elk geval, wanneer het gebezigd wordt door verwende kakdames woonachtig in Amsterdam. De één vertelt de ander een niet bestaand probleem, zoiets als: Het schuldig voelen tegenover collega’s na het ontvangen van een goede beoordeling en bijbehorende bonus. “Ja, heftig, ik voel je,” antwoordt de ander op haar beurt. En vervolgens poogt ze het verhaal van haar vriendin te overtroeven door te vertellen dat er geen eetrijpe avocado’s in de supermarkt waren. “Heftig.” “Druk” bezit exact diezelfde non-existentiële lading. Men gooit het eruit, enkel en alleen, om spanning toe te voegen aan hun perfect geoliede leven. Iedereen lijkt het bij ons druk te hebben, maar werkt exclusief de lunch, lunchwandeling, online winkelen, het lezen van de achterflap van nu.nl, bezoeken aan de plee en het hangen bij de koffieautomaat niet meer dan drie uur per dag. Kortom, druk, druk, druk.

Om een uur of twaalf zit men al gauw ruim een half uur “druk” naar het plafond te staren. Ongeduldig, omdat ze mogen. Ronald vraagt: “Ga je mee lunchen?” Ik kijk hem aan en lees de vraag als: “Wil je tegenover mij zitten, terwijl we stilzwijgend luisteren naar mijn onsmakelijke eetgeluiden?” Ik knik en volg Ronald, de andere optie, luisteren naar de familieopstellingverhalen met paarden van Jitse, klonk toch minder aanlokkelijk.

Wanneer u dit herkent, is het misschien tijd om net als de Britten eruit te stappen, los te breken van de bureaucratische stemming, om in totale onzekerheid uw overlevingsdrang te stimuleren onder het mom van #Verjaag bruine schoenen met blauwe veters, #Elimineer zwart lederen instappers met elastiek.


Over de doden niets dan goeds

Over de doden niets dan goeds

Sinds het uit is met mijn vriendin heb ik haar gebruik overgenomen om vlogs en Instagrampagina’s van influencers te bekijken. Aanvankelijk maakte ik haar belachelijk hiermee, waardoor ze in het weekend stiekem door de plaatjes en video’s scrollde. Nu bekijk ik zelf, als een voyeur zonder eigen account, dagelijks de plaatjes van Queen of Jet Lags, een invloedrijke, Nederlandse vrouw met ruim 700 duizend volgers. Het pseudoniem van Noor de Groot zegt het al, ze zit bovenmatig veel in het vliegtuig op zoek naar de volmaakte locatie voor haar nieuwe foto. Gelukkig lijken de vele vluchten en jetlags geen tol te eisen van haar lichaam. Of dit komt omdat de vluchten vaak niet langer duren dan een uur of twee, weet ik niet, maar het lijkt in elk geval altijd feest in het leven van de Queen. Iedere dag een nieuwe outfit, ontbijt op bed, champagne in bad, een overdaad aan confetti en pastel gekleurde ballonnen. Imperfectie lijkt eindelijk overwonnen.

Heerlijk! Nooit meer de ergernis over de zoektocht naar het uiteinde van de wc-rol in de plastic container van een openbare plee, nooit meer erachter hoeven komen dat ik vergeten ben om yoghurt te kopen met granola en verse frambozen voor het ontbijt of te beseffen dat ik een man ben en er waarschijnlijk minder mensen in de wereld zijn die mij graag half naakt in gucci panties met een Chanel tas voor mijn harige borsten willen zien. En toch doen de foto’s van de Queen mij denken aan de overmatig geretourcheerde toespraken op een begrafenis, want over de doden spreken we doorgaans niets dan goeds. Er is geen ruimte voor imperfectie op de dag waar wij onze laatste eer bewijzen.

Maar als ik zelf terugdenk aan de momenten in mijn leven die ik koester, bevatten deze juist onvolmaaktheden, zoals mijn bezoek aan het Betty Asfalt Complex van Dominee Gremdaat vorig jaar met mijn ex. Aan de Nieuwezijds Voorburgwal is het kleine theater gevestigd in een statig Rijksmonument. Als eerst dienen we te lopen naar een kassa achter in het pand om een afscheurbaar kaartje op te halen. Daarna sluiten we beleefd aan in een rij waar geen schot in lijkt te komen. Waarom? De man die de scheurkaartjes uitdeelt, is blijkbaar tevens de man die deze moet afscheuren. Wanneer dan eindelijk de zaal bereikt wordt, blijkt er geen enkele plek meer te zijn. Geen probleem. Na het afscheuren van onze kaartjes, plaatst de medewerker twee klapstoeltjes op de eerste rij. Niemand zit beter. Het zijn dit soort onverwachte, onpraktische avonden die het leven mooi maken en waarom we graag op reis gaan naar landen waar het minder geregeld is dan in Nederland. Er zit nu eenmaal weinig romantiek in een perfect geïsoleerd nieuwbouwhuis of in een vlekkeloos scansysteem vanaf een mobiele telefoon.

Vandaar dat ik de mensen die de wanhoop nabij zijn, omdat zij op zaterdagochtend niet wakker worden in een kamer vol pastel gekleurde ballonnen en perfect opgemaakte borden, zou willen adviseren om de onvolmaaktheden van het leven en van mensen te omarmen. En durf in een toespraak voor een overledene of net gehuwd persoon te spreken over zijn of haar tekortkomingen. Het doet een persoon nu eenmaal weinig eer aan om een gepolijst en inwisselbaar verhaal te vertellen. Het zal resulteren in een kleurloze ode zonder emotioneel effect.

Mensenplaag

Mensenplaag

Terwijl Australië nog nasmeult, overstroomt en verstoft, overlegt de wereldtop deze week in Davos het thema Aandeelhouders voor een samenhangende en duurzame wereld. Iedereen lijkt plotseling te beseffen dat er drastisch iets moet veranderen in onze levenswijze. Vandaar dat ook wij Nederlanders allen netjes tien euro doneren om de akelige beelden van uitgedroogde koalabeertjes uit ons geheugen te wissen. En dan? Dan zit ons werk er op. Er is al gauw zo’n half uur gewerkt voor de financiële gift. Geruststellend tonen onze sociale media kanalen al snel weer half naakte influencers op tropische locaties waar klimaatverandering lijkt te vervagen onder de gebruikte filters. Voor we er erg in hebben, zitten we een maand later in een vliegtuig om in hun voetsporen te treden.

Een stap terug doen blijkt bijzonder lastig. Toch pogen enkele Nederlanders een minimalistische levenswijze, tegenwoordig beter bekend onder de noemer: “ontspullen”. Weg met die overbodige zooi en probeer uitsluitend het hoogst noodzakelijke aan te schaffen, luidt het credo. Ook Linda de Mol heeft de trend omarmt. Zo ontdoet zij twee keer per jaar haar kledingkast van prachtige, overbodige spullen om deze aan haar dierbare vriendinnen te doneren. De minimalist vertelt dat ze in haar nopjes is wanneer zij een vriendin in één van haar afdankertjes ziet lopen. En ook ik betrap mijzelf erop dat ik bijzonder verheugd ben over het feit dat het opgeruimd is bij Linda, terwijl de kasten van haar vriendinnen beginnen uit te puilen.

Maar terwijl Linda druk bezig is met het verplaatsen van haar kleding, vraag ik me af wie werkelijk onze toekomst gaat redden. Volgens velen moet de oplossing komen vanuit de bron van al het kwaad, de techniek. De bron van ons bevoorrecht bestaan lijkt te zijn omgeslagen in een vijand op de lange termijn. Het toverwoord, wanneer de discussie omtrent milieu vast loopt, lijkt echter nog ver weg van een wereld zonder fossiele brandstoffen. Hoe kan dit in een land waar het aantal technische studenten is verdubbeld in de afgelopen tien jaar? Het antwoord hierop is geld.

Voor sociale mensen met overstijgende academische resultaten is het financieel niet erg aanlokkelijk om een carrière bij de universiteit te ambiëren. Bedrijven die staan te springen om talentvolle techneuten, zoals consultants, traders en private equity firms, bieden al snel het dubbele aan. En wanneer men naar behoren presteert, wordt dit binnen twee jaar met gemak verviervoudigd. Iemand die zwicht voor zijn of haar idealen bekoopt dit met vier jaar minimumloon. Dat het overgrote deel hiervan afziet is op zijn zachts gezegd begrijpelijk en tegelijkertijd dood zonde. Hun brein gebruikt om slides, liquiditeit en adviezen te produceren voor winst op de korte termijn. Toch lijkt haast geboden bij de milieuproblematiek waar wij ons in verkeren.

Misschien dienen we terug te gaan naar de middelbare school, waar de biologiedocenten ons leerden dat ook wij behoren tot het dierenrijk. Want als het om andere soorten gaat, blijkt het voor de mens niet bijzonder lastig om een plaag te herkennen. Zo stelde de provincie Flevoland afgelopen jaar dat de populatie van 1500 herten in de Oostvaardersplassen niet langer kan. Het natuurgebied kan blijkbaar geen 27 herten per vierkante kilometer huizen, terwijl de stad Amsterdam per vierkante meter bijna 4000 mensen huist. De angst voor een afnemende wereldbevolking lijkt bijzonder groot. In Hongarije is er zelfs een subsidie ingesteld om vrouwen aan te moedigen om meer kinderen te krijgen.

Toch lijkt, wanneer de behoefte van consumptie blijft toenemen en de talenten uit de techniek hun intellect niet adequaat inzetten om de aarde te redden van de grootste dreiging in de geschiedenis, onszelf erkennen als plaag de enige optie. Dus ga allen de straat op met de leuze: “Subsidie voor bewust kinderlozen, investeer in het milieu door vergrijzing te accepteren!”

Feit of fictie

Feit of fictie

In de eerste aflevering van haar nieuwe talkshow bespreekt Nadia Moussaid met haar gasten de verantwoordelijkheid van kunstenaars ten opzichte van de maatschappij. Hoe vrij voelen zij zich nog in een maatschappij waar onderwerpen al snel worden gekenmerkt als seksistisch, racistisch of ontwrichtend? Nadat Arnon Grunberg een erotisch getint stuk voorleest uit Turks Fruit van Jan Wolkers, omdat de presentatrice dit ongemakkelijk vindt, haar ouders kijken namelijk, vraagt de presentatrice zich af of dit nog wel kan. Ik moet zeggen dat het inderdaad bijzonder onverstandig is om “Droge kutten met wratten van binnen” te penetreren, maar is onze drang naar fictiecensuur wel in lijn met onze emancipatiedoelen en behoefte aan vrijheid?

Vorig jaar gaf minister van Engelshoven aan dat zij een groot belang zag in het verwerken van de zwarte bladzijden uit de Nederlandse geschiedenis in een Canon over ons land. Dit tot grote vreugde van mensenrechtenactivisten die verlangen naar erkenning voor de slachtoffers. Maar wat zegt dit nu over een discussie als die over Turks Fruit? Dat onze kinderen in de geschiedenisboeken uitgebreid lezen over slavernij, plunderingen, verkrachtingen en de ondergeschikte rol van de vrouw, terwijl een fictief figuur uit 1969 te vulgair en vrouwonvriendelijk zou zijn voor de literatuurlijst van ons kinders? De aanwakkerende discussie omtrent kunst en haar verantwoordelijkheid lijkt eerder berust op een verschil in smaak dan op ons progressief gedachtegoed van emancipatie. Het gaat namelijk om fictie, een roman. Het betreft hier geen handboek hoe men een vrouw dient te behandelen.

Volgens schrijver Philip Huff is Turks Fruit geen tijdloze roman, omdat het de huidige tijdsgeest niet zou raken en het perspectief van de vrouw onbreekt. Betekent dit dat meer recente, historische romans zoals Publieke Werken en De Tolk van Java hiermee irrelevant zijn geworden? En dat Bonita Avenue volkomen achterhaald is, omdat de drang van de hoofdpersoon naar zijn stiefdochter volledig beschreven is vanuit het perspectief van de man? De Maagd Marino van Yves Petry won tien jaar geleden de Libris Literatuurprijs. Een roman over een verstandeloos persoon dat zijn geliefde opeet. Of dit ooit tot onze tijdgeest gaat behoren, zou mij benieuwen.

Bewustzijn van het feit dat tijden zijn veranderd is goed, maar wanneer censuur zal worden toegepast op reeds uitgebrachte literaire werken, lijkt 1984 van George Orwell plotseling weer behoorlijk relevant. Kunst als middel om de gewone burger op te voeden en te misleiden in plaats van een vrije fantasie dat ieder denkbaar gevoel op zou mogen wekken. Misschien is het hoog tijd voor een nieuwe seksuele revolutie, zoals in het jaar dat Turks Fruit werd uitgegeven.

Wolf in stretchkleren

Wolf in stretchkleren

Sinds een week of twee zit er tegenover mijn huis een nieuwe sportschool. Of moet ik gym zeggen? Minimalistisch als een dure kledingzaak hangen er zo’n acht zwart gekleurde bokszakken. Verder is er maar weinig. Kosten, tachtig euro per maand. Blijkbaar kent onze gezondheid geen prijs. Maar niet alleen dit soort peperdure sportscholen zijn razend populair, ook het stadspark is een gewilde plek om in groepsverband te zweten. De roodaangelopen hoofden van veelal vrouwen, gehuld in strakke hardloopbroeken en sportbh’s, worden op militaire wijze verordoneerd door een look-a-like van Arie Boomsma. Maar hoe kan het nu dat we als land met deze enorme sportaspiraties toch meer zwaarlijvigheid aanschouwen?

Het antwoord op deze vraag openbaarde me afgelopen vrijdag. Reeds gewend aan het veranderde straatbeeld gevuld met vrouwen in strakke sportbroek, liep ik over de Ruysdaelkade, begroette de vrouw waarmee ik met kerst mijn zelfgebakken taart had gegeten, om uiteindelijk plaats te nemen aan de bar van Eddy in de Gerard Doustraat. Behalve een enkele man met snor, een soort persiflage van Michiel Romeyn in Jiskefet, scharrelden er enkel bekakte types van eind twintig. Ik bestelde alvast een bier en wachtte rustig op mijn vrienden die elk moment konden arriveren.

Bij het tweede biertje waren mijn vrienden er nog steeds niet, maar dat deerde me eigenlijk weinig. Het biertje smaakte me goed en ik was in gesprek met ene Jet. Ze sprak over de obsessieve drift van mensen om overal bij te zijn. Én uitgaan, én een marathon lopen én werken tot diep in de nacht. Ze vond het maar belachelijk en weinig spontaan. Zelf sportte ze niet op gezette tijd. Eigenlijk sportte ze bijna nooit. Haar niet gezien, zo’n klasje in het park.

De volgende ochtend maakte Jet me wakker door haar hand door mijn haren te strijken. Ze zoende me op mijn mond en even later deden we het. Roodaangelopen en bezweet keek ze me tevreden aan en fluisterde in mijn oor dat ze moest gaan. Uit de boodschappentas die ze gisteravond met zich meedroeg, haalde ze een strakke sportbroek. Zag zij er eerder nog bezweet en brak uit, zo zag ze er plotseling bijzonder sportief uit. “Ga je sporten,” vroeg ik haar enigszins verbaasd na ons gesprek van gister. “Nee, als men dat maar denkt.” Met een knipoog verliet ze de kamer. Verbijsterd bleef ik liggen. Waren alle vrouwen op zaterdagochtend in sportbroek net als Jet?

Niet omdat jij het bent

Niet omdat jij het bent

“We zijn met evenveel mannen als vrouwen, dus dat moeten we overal terugzien,” pleit SER-voorzitter Mariëtte Hamer naar aanleiding van de discussie omtrent de invoering van een vrouwenquotum. Overal, bedoelt Hamer in eerste instantie topfuncties mee, want dat is vanzelfsprekend overal. Wanneer geconcludeerd wordt dat in de agrarische sector, delfstofwinning, industrie en de bouw in 2018 ruim 80% van de beroepen bekleed wordt door mannen, ziet Hamer geen enkele reden tot beklag. Aardappels rooien en stratenmaken is immers geen vrouwenwerk. Wanneer in een hotel de koffers van de vrouw worden getild en de man dat zelf moet doen, noemt mevrouw Hamer dat hoogstwaarschijnlijk cultuur, fatsoen en service. “Het tegengaan van stereotypen en vooroordelen,” benadrukt mevrouw Hamer echter als essentieel in haar voorwoord van het rapport over diversiteit in de top. Maar kunnen vooroordelen uitgebannen worden in de top, wanneer deze nog in overvloed zijn in de onderliggende functies?

In Zweden lijkt het een stuk beter te gaan met vrouwen aan de top. Maar waarom? Het antwoord hierop is vrij simpel. Wanneer de maatschappij is ingericht op twee voltijd werkende ouders, denk aan gratis en gedegen kinderopvang, vergelijkbare salarissen voor mannen en vrouwen en zwangerschapsverlof voor de man, pas dan is de maatschappij klaar voor een culturele verandering. Zolang deze voordelen niet aanwezig zijn, houdt de Nederlandse overheid de vooroordelen waar mevrouw Hamer het over heeft gewoon in stand. Onder druk vervalt de mens immers vaak in zijn of haar conventionele gebruiken. Zo blijkt uit onderzoek van hoogleraar Baarsma slechts een kwart van de vrouwen op de arbeidsmarkt voltijd te werken.

Het is echter nog maar de vraag of dit volledig te wijten is aan de huidige voorzieningen. Volgens het CBS kiest namelijk slechts een kwart van de vrouwen voor een studie met een hoge baanzekerheid; studies die het vaak minder doen op feesten en partijen, studies met een gedegen mathematische achtergrond, zoals econometrie, informatica en elektrotechniek. Er wordt liever gekozen voor kunstgeschiedenis, psychologie of pedagogische wetenschappen. Dus dat deze vrouwen geen topfunctionaris zijn geworden bij beursgenoteerde bedrijven zoals ASML, Adyen of Shell vanwege hun geslacht is wellicht enigszins gechargeerd.

Toch stemde de Tweede Kamer december vorig jaar voor een quotum van 30% vrouwen in de raden van commissarissen en bestuur. Niet dat ik tegen vrouwen in de top ben, maar met het huidige klimaat van studiekeuze en sociale voorzieningen lijkt een quotum meer op vrouwen behandelen als tweederangsburgers die een steuntje in de rug nodig hebben dan een weg vrij maken voor een eerlijke carrière naar de top. En wanneer het minder gaat met het bedrijf onder leiding van een vrouw hoort iedereen het antwoord al op de vraag waarom: “De vagina overwint alles”.

Nooit alleen

Nooit alleen

Vanuit het raam op de derde verdieping van mijn appartement zie ik verlaten troittoirs, lege parkeerplaatsen en gordijnen onverlicht gesloten. In een buurt waar mensen hun oorsprong niet vinden in de straten waar zij tegenwoordig wonen, is het akelig stil tijdens de kerstdagen. De kersttaart moet nog een ruim kwartier in de oven voor deze met sterren versierd kan worden en ook de lichten van mijn appartement zullen doven. Ik loop naar mijn slaapkamer en pak een wit overhemd uit mijn kast, knoop de rode strik onder mijn boord en kijk nog eenmaal in de spiegel.

Buiten kruipt de koude wind langs mijn kraag naar binnen. Ik besef dat de taart bij aankomst waarschijnlijk niet meer warm zal zijn. Volgens afspraak loop ik nog even langs de pinautomaat om contanten mee te nemen. Een lege tram dendert voort. De kerkklok geeft aan dat het tijd is. Ik sla voor de brug rechtsaf en loop langs de kade. Het water ziet als een donker canvas met schitterende lichtjes. Uit de schoorstenen van de woonboten komen pluimpjes rook en geven de avond de geur van warmte.

De meeste gordijnen zijn verlicht, doch reeds gesloten. Mijn gedachten gaan naar de taart. Zou deze gelukt zijn? Gisteren bij het oefenen had hij goed gesmaakt. In de verte zie ik het huis waar ik moet zijn. De gordijnen zijn open en de ruimte is prachtig verlicht. Zo te zien word ik verwacht, want er wordt al naar buiten gekeken.

Al ben ik reeds gezien, klop ik alsnog aan. Met een brede glimlach op het gezicht word ik verwelkomt. “Dat had je niet hoeven doen,” zegt ze starend naar de taart, “kom verder.” Het is warm binnen. Ik leg de taart neer op een stoel en neem plaats. De gastvrouw, gehuld in kerstig kant, sluit de gordijnen en vraagt: “Waar kan ik je mee van dienst zijn? Hetzelfde als laatst?” Ze loopt alvast naar de timer en pakt bescherming voor mij. “Graag zou ik samen willen genieten van mijn zelfgebakken taart.”

De week voor kerst.

De week voor kerst.

“We zetten de traditie graag voort om in de donkere dagen voor kerst gezellig samen te komen,” lees ik op 18 december in mijn inbox. Het gaat om de jaarlijks terugkerende kerstbrunch op mijn werk. Nog geen enkele uren later krijg ik een reminder: “Vergeet je kersttrui niet!” Het uitroepteken en het dikgedrukte woord geeft te kennen dat dit erg belangrijk is voor het slagen van het feest. Onder de tekst heeft de collega een voorbeeld geplakt van een gebreide trui met een rendier erop. Degene met de mooiste trui wordt volgens het bericht getrakteerd op een gratis koffie uit de automaat. Een grapje van de afzender.

Wanneer ik binnenkom in de vergaderzaal waar de brunch wordt gehouden, zie ik mensen van middelbare leeftijd in felgekleurde truien met belletjes, glitters en afbeeldingen van rendieren en kerstmannen. Een enkeling heeft zelfs een heel pak aan inclusief das met dezelfde kerstprint. “Waar is je kersttrui,” vraagt een collega met een diadeem van rendierhoorns. “Die ben ik in mijn haast vergeten thuis,” antwoord ik plichtsgetrouw. “Wees niet getreurd, ik heb hier een zak met kerstmutsen.” Voor ik er erg in heb, zit de rode kaboutermuts op mijn hoofd.

Al lijkt het of ik me begeef in het sprookjesbos van de Efteling, herinneren de gesprekken me weer waar ik ben. Het gaat over de grote clubactie van de handbalvereniging in Heemskerk, lekker thuisblijven met kerst, goochelen, de duiventil van Rob en de kinderen die zij hebben voortgebracht. En op de momenten waarop normaal gesproken de stiltes vallen wordt er gesproken over hoe gek de ene kersttrui wel niet is ten opzichte van de ander.

Wat iedereen onlosmakelijk met elkaar gemeen heeft zijn de eerste twee woorden die uitgesproken worden: “Gezellig, hè?” Plichtsgetrouw antwoord ik: “Ja gezellig, volgend jaar weer.”

Neurolinguïstisch programmeren helpt!

Neurolinguïstisch programmeren helpt!

In een prachtige boerderij aan de Vegt staat een kring van stoelen voor ons opgesteld. Met ons, bedoel ik twaalf, net afgestudeerde, beginnende werknemers van Tata Steel. De komende twee dagen staan in het teken van persoonlijke ontwikkeling. Onder begeleiding van twee coaches zullen we “thuiskomen, onszelf leren ontdekken”, in een door hen benoemde veilige omgeving, waar iedereen elkaar positief benaderd. “Vraag af wie je bent,” vraagt één van de coaches. Het enige wat ik me afvraag is of zij tevens de bedenker is van de spreuken op de sierhartjes van de Xenos. “Home is where the heart is”.

Dat weerloze en onzekere mensen in onze maatschappij vaak het slachtoffer zijn van spirituele exploitatie is niets nieuws. Echter, dat grote bedrijven deze goeroes, tegenwoordig “coaches”, massaal volgen is mij een raadsel. Om aan geloofwaardigheid niet in te boeten hebben de desbetreffende goeroes een prachtige term bedacht: “neurolinguïstisch programmeren (NLP)”. Het klinkt wetenschappelijk, maar hoogleraar Levelt van de Radboudt Universiteit noemde het in 1995 al een pseudowetenschap. “Boerenbedrog, NLP heeft gewoon lak aan de wetenschap,” waren zijn woorden.

Op de site van NLP Academie, één van vele opleidingsinstituten in neurolinguïstisch programmeren, is te lezen dat iedereen coach kan worden. De coachopleiding is zelfs in de uitverkoop. Afgeprijsd van €4.479 naar €3.997. In slechts 23 dagen is de opleiding afgerond en zijn de deelnemers in het bezit van drie certificaten: NLP Practitioner, Time Line Therapy® – ja, dat is een geregistreerd handelsmerk – en Hypnose Practitioner. Waarom zouden er nog mensen vier jaar psychologie gaan studeren of vijftien jaar tot psychiater? Want ook neurolinguïstisch programmeren is toe te passen bij depressies, verslavingen of andere trauma’s, volgens de desbetreffende instelling.

Sinds 2012 is het niet meer toegestaan om onbewezen medische bewijzen op homeopathische middelen te zetten, terwijl iedereen in Nederland psycholoog of psychiater mag spelen onder de naam coach. Met meer dan 1 miljoen mensen die jaarlijks worden behandeld in Nederland voor psychische problemen, waarschijnlijk nog minimaal een half miljoen die er tegen aan zit en een tekort in de zorg, lijkt klandizie geen probleem voor onze begeesterde coaches. Of onze kwetsbare medeburgers baat hebben bij de zorg van mensen die in tijdsduur nog geen enkele academische periode aan scholing hebben ontvangen is echter nog de vraag. Misschien moet de overheid beginnen met het niet meer erkennen als opleiding en het fiscale voordeel intrekken. Misschien moet er een verplichting komen om ernstig psychische gevallen door te sturen naar een universitair geschoold specialist. Maar ja, zoals onze ervaring met het bedrijf van Alfred Vogel ons leert, is het antwoord alom bekend: “Neurolinguïstisch programmeren helpt!”

Planeet B

Planeet B

In De Werkplaats, de naam van de flexwerkplekken van Het Volkshotel aan de Wibautstraat, is het bezaaid met Amsterdamse studenten. Tegenover mij kijkt een jonge dame vanachter haar laptop rond. Ze begroet een mannelijke vriend en gaat verder met typen. Op de achterkant van haar scherm heeft ze een ronde sticker geplakt met een afbeelding van de aarde. Over de aarde heen staat de tekst: “There is no planet B”.

Vijf minuten later blijkt haar spanningsboog op. Terwijl ze haar ultra hippe airpods in houdt, tikt ze haar even blonde buurvrouw aan. “Vorige maand ben ik hier geweest,” zegt ze wijzend naar haar scherm. “Ik ging zo lekker. Zin om mee te gaan?” Vervolgens steekt onze sluimerende klimaatactivist een prachtig verhaal af over wat een heerlijke smaak-luister combinatie MDMA, speed en ketamine is met die onbekendere disco en house plaatjes van de heren van Rush Hour, de bekende platenwinkel in de Spuistraat. Dit alles, terwijl ze haar PlanetProof snoeptomaatjes naar binnenwerkt.

Dat de productie van de genoemde chemicaliën over het algemeen niet geheel onschadelijk zijn voor het milieu, zou haar waarschijnlijk zijn ontschoten. Het is ook verwarrend, wanneer bij de aankoop weinig wordt verteld over de herkomst van het product. Laat staan hoe goed de productie voor het milieu is. Er zit niet zo’n mooi blauw keurmerk met PlanetProof op haar pony pack speed of zakje MDMA.

PlanetProof is een milieukeurmerk, dat in opdracht van FrieslandCampina, is bedacht. “Smaakt hetzelfde, voelt veel beter,” zegt de heer Roelofs van het desbetreffende zuivelbedrijf in De Keuringsdienst van Waarde. Toch geven veel boeren toe dat er maar weinig is veranderd sinds de komst van het flitsende blauwe keurmerk. Een koeienboer laat zien dat hij een massageapparaat heeft gekocht voor zijn dierbare vee. En uiteraard voor het befaamde keurmerk.

De Amsterdammers hebben ook een oplossing gevonden om zich beter te voelen bij dezelfde smaak. Zoals vroeger de zonden nog verteld werden aan de hogere heren, zo spoelt de gemiddelde Amsterdammer zijn of haar zonden gewoonweg door de plee als cadeautje voor Waternet. En wanneer de medesupermarktbezoekers even niet kijken, wordt er snel weer gegrabbeld in het herniavak vol pesticiden en plofkippen. Smaakt hetzelfde, voelt veel beter.





Sieginds komt de stoomboot

Sieginds komt de stoomboot

WK 1990, Milaan. Nederland, West-Duitsland. Twee rode kaarten, eindstand 1-2. Oud zeer komt soms op onverwachte momenten naar boven drijven. Dat bleek maar weer tijdens de wedstrijd Ajax-Heracles vorige week zaterdag, toen onze oud-international een generatiegenoot uit Duitsland trof. Welk pejoratief leek toepasselijker dan een verwijzing naar het totalitaire regime van de man met de gekrompen snor? En welk moment is daarvoor meer geschikt dan na afloop van een wedstrijd die de eerste minuut wordt gestaakt vanwege racisme? Al won Ajax met 4-1, het leek geen optie meer voor Van Basten om aan te dragen dat hij een directe vertaling van de twee woorden bedoelde. De slechte grap van Van Basten bereikte internationale attentie en werd opgeblazen tot onnodige omvang.

Net als dat minder begaafde mensen sarcasme niet herkennen, lijkt men tegenwoordig een slechte grap niet meer te kunnen onderscheiden van structureel racisme. Deze toenemende groep in ons land lijkt op sociale media bij elk slippertje de meest akelige teksten te willen tikken vanuit de dakkapel van hun perfect geïsoleerde nieuwbouwhuis. Gelegen in een dorp waar het dragen van rode sokken al een aardverschuiving veroorzaakt, blijkt sociale media hun enige redding.

De anonieme druktemakers mogen blij zijn dat een week financiële vergoeding van onze oud voetballer wordt overgemaakt aan het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, terwijl in de stadions nog wekelijks “Hamas, Hamas, Joden aan het gas” klinkt.

Klaagzang

Klaagzang

Het poldermodel is uitgevonden in de Nederlandse politiek, maar tegenwoordig lijkt niemand in Den Haag meer te verlangen naar een oplossing. Het tonen van besluitvaardigheid zou weleens iemand tegen het hoofd kunnen stoten, waardoor stemmen verloren gaan. In een tijd waar maatregelen getroffen moeten worden die ongunstig zijn voor de portemonnee, kan de Nederlandse politicus maar beter overal tegen zijn. Met iedere week een protest op de agenda, is er genoeg inspiratie. Wanneer er toch een beslissing genomen moet worden, omdat je toevallig de regerende partij bent, zeg er dan vooral bij dat ook jij het een rot maatregel vindt.

Thierry is bijvoorbeeld tegen het milieu. Het kost immers geld en dat geeft zijn electoraat liever aan zichzelf uit. “De lucht is schoner dan ooit tevoren,” stelde Thierry vorige week in de tweede kamer, waarna hij twee grafieken toonde met een dalende trend. Het zou gaan om een daling van fijnstof en zwaveldioxide. Logischerwijs concludeerde de heer Baudet hieruit dat er geen stikstofprobleem is. Mijn moeder informeerde vroeger ook wel eens naar het behaalde scheikunde cijfer. “Ik heb een acht voor wiskunde,” antwoordde ik dan snel.

Ook Geert moest weer zijn tegengeluid laten horen en dat deed hij met een zekere volwassenheid. “Van de Vroem Vroem partij naar de Bakfietspartij,” zei Geert, wijzend naar Jesse. Met de maatregel van het kabinet om overdag maximaal 100 kilometer per uur te gaan rijden zou Rutte te veel achter de Oink Oink partij van Jesse aan lopen. Maar Jesse zou Jesse niet zijn als ook hij zijn beklag niet kwam doen. En zo stond Rutte tegenover onze in klaagzang verkerende vertegenwoordigers. “Meer!” “Minder!” “Meer!” “Minder!”

Iedere vooruitgang in de geschiedenis ging gepaard met angst, angst voor het onbekende. Voorheen kwam de weerzin met name uit de hoek van de bewust onwetenden van het geloof, tegenwoordig is ontkennen nog de enige optie. Wetenschappelijke artikelen zijn lastig, er staat immers meer in dan alleen plaatjes. Ook de heer Baudet zou als historicus moeten begrijpen dat er context geplaatst moet worden bij een historisch verloop. Het leven tijdens de VoC was goed voor iedereen. We waren toch rijk? Lang leven de VoC!

MINDF*CK

MINDF*CK

De enige mensen die in onze Yuppen-hoofdstad lijken te toeteren uit ongeduld in plaats van bittere noodzaak zijn de mensen van Taxi Centrale Amsterdam. Tegenwoordig uitgerust met een Tesla, waar naast het laadpunt op de auto een stikker van een groen blad is geplakt met de tekst: “zero carbon emission”. Gaat het milieu deze ongeduldige heren en dames aan het hart? Bellen ze in de lunchpauze met Messias Klaver om te delen hoeveel ze het klimaat hebben gered met hun nieuwe paradepaardjes? En zijn ze daarom aan het toeteren als een gek, als een teken van overwinning.

Begrijp me niet verkeerd, ook ik vind het milieu een belangrijke zaak, maar in het jaar 2018 bleek uit een rapport van het Centraal Bureau voor de Statistiek slechts 7,8% van ons totale energieverbruik uit hernieuwbare bronnen te komen. De rest bestond nog uit olie, gas en kool. Wat doen de vriendelijke taxichauffeurs met deze overige 92,2% aan energie om ervoor te zorgen dat er alleen maar bloemetjes uit hun laadpunten groeien?

Misschien hebben ze de hulp ingeschakeld van Nederlands favoriete goochelaar Victor Mids, die aan tafel bij ‘De Wereld Draait Door’ zonder blikken of blozen vertelt dat zijn programma geschoten moest worden op Curaçao. De lokale bevolking zou hem inspireren voor nieuwe trucs. Zonder verwondering knikt Matthijs van Nieuwkerk. Het lijkt hem een logische keuze. Curaçao staat dan ook wel bekend als de plek waar mensen heen gaan voor cultuur en inspiratie. In Willemstad staat een Van der Valk, net als in Vianen, ze hebben een goede duikschool, net als in Vianen en ze hebben een straat vernoemd naar ons Juliana, net als in Vianen.

Maar Victor Mids is goochelaar en kan objecten veranderen en laten verdwijnen. Zo zou hij vast met zijn BN’ers van formaat voor niets vliegen en zou de uitstoot van zijn vlucht gereduceerd worden tot diezelfde “zero carbon emission”.

Dat de oplossing uit de wetenschappelijk hoek moest komen, was voor mij geen verassing. Op de Wikipedia pagina van Victors programma staat dan ook logischerwijs vermeld dat het genre ‘goochel, wetenschap’ is. We mogen van geluk spreken dat deze wetenschapper met de oplossing is gekomen. De technische universiteiten moeten toch echt gaan overwegen om een nieuwe studie aan hun curriculum toe te voegen.